Kroondomein.com

De eerste dagen van mijn katerkoppie 2.0

Een volgend maatje

Vanavond, een week geleden, was er geen enkel signaal te herkennen wat er op zou wijzen dat Morro die zondagochtend zijn eigen plekje zou zoeken om in te slapen. Op zich is het een heel naar idee dat hij nog ergens, in bosjes verscholen, in mijn omgeving ligt. Wie weet wordt hij pas in het voorjaar gevonden. Vreselijk, maar aan de andere kant ben ik weer erg trots op m’n katerkoppie, dat hij zijn einde niet aan mij heeft overgelaten. Het is altijd, sowieso op het oog, een stoere kater geweest. R.I.P., mijn dievievanhart.*

Het was een nare, stille week. Ik moest echt in actie komen en ja hoor, via verhuisdieren.nl** diende een nieuw katerkoppie, ene Kiwi, zich aan. Hij kan niet tegen de gezinsuitbreiding van zijn baasjes, waardoor er voor hem na 8 jaar een goed huis moet worden gezocht. Nou, dat kan ik hem verzekeren. Trouwens, in de poezenhemel kan er een over mee praten. Eind jaren negentig kwam Rocky op 15 jarige leeftijd bij ons aanlopen. Hij wilde beslist niet terug naar z’n baasje, nog geen 100 meter van ons vandaan. Dat jongste baasje pruimde hij gewoon niet. Rocky heeft nog 3 jaar bij ons van zijn leventje genoten.***

Volgende week vrijdag ga ik eerst eens kennis met Kiwi maken. Pruimen we elkaar, mag hij na de feestdagen met mij mee. Op voorhand is er echter één dingetje, zijn naam Kiwi. Het kan zijn dat het, met dezelfde klank, QuiWi gaat worden. Tja een beetje Haagse kak verloochend zich niet.

-o-o-o-


*
Meer over Morro’s afscheid: https://kroondomein.com/zijn-stoere-einde/
** De fantastische website voor honden/katten: verhuisdieren.nl
*** Over de komst van Rocky lees je in mijn kroondomein: https://kroondomein.com/het-poezenstalkertje/ 

 

Inspecterende rondgang
Dag 1

Alsof het een hedendaagse bezorgservice betrof, werd Kiwi rond het middaguur door zijn baasjes bij mij thuis gebracht. Zijn eerste reactie binnen mijn Kroondomein was heel wonderbaarlijk. Sowieso leek het ons handig om hem in de directe omgeving van zijn nieuwe kattenbak uit zijn reismandje los te laten.

Een vluchtige snuffel aan de bak was voor hem voldoende. Al miauwend startte hij direct zijn verkenningstocht. Badkamer: ‘check,” logeerkamer: “check,” lange gang: “check;” slaapkamer: “check;” tuinkamer: “jemig, wat een mooie kattenmand; check;”werkkamer: “check;” woonkamer: “check;” op het aanrecht, wat verboden gebied voor hem gaat worden: “check. Aha, ze hebben ook een lekkere tuin. Wedden dat ik daar de eerste tijd niet mag komen?!” Desalniettemin kreeg zijn nieuwe baas een vluchtig kopje. Wauw! Toch meer iets van: “Tuurlijk herken ik jou. Je was pas bij mij thuis.”

Meer wilde hij voorlopig niet van zijn nieuwe huis weten en verdween geruisloos onder bed. Na enige tijd irriteerde hem dat zijn vrouwtje, met d’r kont omhoog en betraande ogen, hem gedag kwam zeggen. Alsof zij nooit meer terug zou komen. Vooralsnog viel dit in dat kleine katerkoppie niet te bevatten.

Dat was heel begrijpelijk. Ruim acht jaar heeft hij bij Marlou en Cas een pracht leven gehad. Niets was te gek en hij kon krijgen wat hij wou. “Maar ja, nadat het vrouwtje steeds dikker werd en moeilijker ging lopen, was er plots nóg een vrouwtje. Maar wel een die veel harder kan blèren, overal haar zin in kreeg en waar toen alle aandacht naar uit ging. Toch niet gek dat ik mij achtergesteld voelde.”

Kiwi ging zich enigszins realiseren dat Haarlem voor hem passé was en dat die aardige meneer van vorige week zijn nieuwe baasje moest gaan worden. “Dat heb ik toch niet aan jullie verdiend,” lag hij onder bed te mokken. Met het horen van de buitendeur verstomde gelijk de stemmen van zijn baasjes. Alle reden om niet onder bed uit te komen. Hoewel…

Die nieuwe kwibus lijkt toch geen onaardige vent. Door hem werden die Lekkere koekjes van thuis naast het bed gelegd, waardoor Kiwi zijn koppie onder het bed vandaan stak. Met zal ik wel, zal ik niet, kwam de prachtige kater dichterbij. “Oef, toch maar niet.” Kiwi vloog naar de zijkant van het bed, waarna hij zowaar er bovenop sprong. Maar om nou direct die koekjes te pakken…

Maar ja, die kwibus ging even weg en kwam weer terug met een camera. “Oh, ben je er zo eentje,” vloog hij opnieuw onder bed. Tot twee keer aan toe, zelfs met een pose waarbij hij z’n pootjes onder z’n lijf verborg, lag hij opnieuw op bed. Minder ontspannen dan hij wilde doen geloven.

Die kwibus deed alsof er niets aan de hand was en imiteerde mijn baasjes met “eten, Kiwi, eten,” tja, alsof ik daar in zou stinken. ”Denk nou niet dat ik mij door een hap voer laat paaien,’ verliet Kiwi zijn schuilplaats niet. Even later zette Kiwi zijn miauwtje in de ‘zielig zijn’ modes. Maar wel kort, alsof hij hier ook in Alkmaar weer betere tijden kan verwachten.

1219

Opeenvolgende fases
Dag 2

Bij mijn bedtijd lag Kiwi gisteravond aan mijn kant van het bed, op het sprei. Voorzichtig rolde ik het sprei, aan de andere kant van het bed opzij, om zo naast Kiwi te komen liggen. Geen paniek, maar om nou zo nodig naast het nieuwe baasje te gaan liggen, was hij (nog) niet van gediend. In alle rust sprong hij aan het voeteneinde van bed.

Naar later bleek, had hij zich nu in de logeerkamer op bed genesteld. Vanochtend gaf hij een paar benepen miauwtjes. Niets meer dan dat. Ook bleek hij, voor zowel het een als voor het ander van de kattenbak gebruik te hebben gemaakt. Maar om nou ook nog eens te gaan eten, vond hij écht een brug te ver. Wel was hij bereid om wat van zijn koekjes (Cosma, wat meer op katten-koekkruimels lijkt) te eten. Ach, zo kreeg hij in ieder geval toch iets binnen.

In zijn tweede koekjesronde, schoof ik direct er een etensbakje achteraan en verdomd, hij begon er om 14:35 uur van te eten. Misschien te ongeduldig, schoof ik daarna ook zijn brokjes naar voren, om zo zijn lunch compleet te maken. Dat was voor mijn katerkoppie 2.0 opnieuw te veel van het goede. Wel demonstreerde Kiwi opnieuw hoe ontspannen hij zich, net 24 uur binnen, al voelde.

Wat wilde ik hem graag kattenmelk laten drinken. Twee pogingen daartoe waren mislukt. Een derde poging zette ik in met een zachte kattenstick, die ik in partjes op mijn platte hand legde. Nou, dát werd smullen. Opnieuw kreeg hij interesse in de rest van zijn lunch, waarvan hij genoeglijk begon te eten. In mijn beleving hoort daar dan ‘een glaasje’ bij.

In een klein bakje zette ik weer de kattenmelk voor zijn neusje. Gesnuffel, maar verder geen interesse. In zo’n situatie doopte ik mijn vinger in de melk, om het over Morro’s neusje te wrijven, waarna hij altijd de smaak te pakken kreeg. Deze truc wilde ik bij Kiwi toch nog niet uithalen, uit vrees zo weer achterstand in vertrouwen op te lopen. Ik verzon een succesvolle list. Met een soeplepel schepte ik wat uit het bakje en hield dit dicht bij het neusje van Kiwi. Het gaf gesnuffel.

Demonstratief nog eens in de melk lepelen verhoogde de interesse van Kiwi. Na iets beter z’n neusje te hebben geraakt, gaf hij een lik over zijn neus. ‘Mmm, lekker!’ En zo kreeg ik Kiwi aan het drinken. Wat is het toch leuk om zo’n diertje stapje voor stapje dichter bij onze vriendschap te zien komen. Op naar zijn nieuwe overwinningen.

 

Inburgeringscertificaat
Dag 3

Kiwi doorstond gisteren het vuurwerk redelijk wel. Vér voor de jaarwisseling waren de knallen echter zo gortig, dat hij soms zich naast het bed ‘verschuilde.’ Rond 0:00 uur, toen de hel écht losbrak, ging ik bij hem zitten, zodat hij kon tonen wat voor stoere kater hij is. Met zijn kont lag hij naar het raam toe, maar draaide zijn koppie nieuwsgierig op het moment dat het naar siervuurwerk klonk. Al met al was het leed snel geleden.

Vanochtend hoefde ik niet lang op de verdere progressie van Kiwi te wachten. Al aaiend spoorde ik hem aan om vanaf nu het ontbijt op de juiste plek in de tuinkamer te nuttigen. Daar leek hij nog niet toe bereid en net dat ik besloot het dan toch maar voor zijn snuitje neer te zetten, sprong hij van bed.

“Jetzt Geht’s Los,” moet hij in zijn moedertaal hebben gedacht. Al slingerend, kopjes gevend tegen mijn benen, afgewisseld tegen alles wat hij tegen kwam, liep hij naar de patio, waar ik zijn ontbijt toen had neergezet. Blij verrast bekeek hij al snuffelend wat er voor hem klaar stond.  Afwisselend at hij, bijna deftig, van zijn blikje en brokjes. Nee, niet zijn ‘bordje leeg,’ maar wat hem betrof, precies genoeg. “Totdat je nog een pannenkoek op zou kunnen,” zoals mijn vader zijn eet-limiet altijd aangaf.

Na het ontbijt maakte hij, overal tegen strijkend, op z’n gemak een verdere rondgang door mijn woon- en werkkamer. Iets wat hij, direct bij zijn aankomst in alle haast had gedaan. Nu niet om vervolgens onder bed te verdwijnen. Nee, meneer ging terug naar zijn plekje in de logeerkamer. Ik hoopte dat hij weer wat poezenmelk zou drinken. Helaas. Nu durfde ik wel mijn vinger in zijn melk te dopen, om zijn neusje hiermee te beroeren. Zowel z’n neus als mijn vinger werd meerdere malen afgelikt. Als beloning deed ik nog een keer de truc met de eetlepel.

Een vriendin kwam voor de nieuwjaarswens, én om met Kiwi kennis maken. De deurbel was voor Kiwi echter nog een onbekend fenomeen, dus bij de eerste ‘tring’ vloog hij naast het bed. Mijn gaste bleef hierdoor even op afstand, zodat ik Kiwi kon geruststellen. Inmiddels had hij zijn plekje op bed weer ingenomen en toen ik in de deuropening verscheen, kwam hij direct op me af om heel veel kopjes te geven. Een vriendschapsaanzoek die ik met kusjes op z’n kop beloonde.

Het werd tijd voor zijn diner. Met zijn éénpansmaaltijd in zicht, liep hij direct met mij mee naar de patio. Met heel wat kopjes en overal tegenaan strijkend at hij zijn maaltijd. Evenals bij de lunch maakte hij daarna al strijkend, vooral mijn benen niet vergetend, een rondgang. Eenmaal terug op bed maakte hij zijn tevredenheid met ‘pootje knijpen’ duidelijk zichtbaar.

Zou ik, jegens een Overheid of zo, verplicht zijn om de vorderingen van Kiwi te rapporteren, zou ik mededelen dat deze Haarlemmer tenminste het eerste certificaat jegens de inburgeringscursus met glans heeft behaald. Eén puntje van aandacht is, dat Kiwi té enthousiast met z’n nageltjes tegen mijn (nieuwe) bank opstond. Toen ik daarvoor hem echter een lichte zwiep gaf, leek hij daarvoor alle begrip te hebben. Verdere kopjes bleven ook toen niet uit.

-o-o-o-

 

n.b.: (zie FaceBook)
Kiwi is van heel ‘goede komaf,’ en had voor vele weken eten bij hem. Maar ook heel veel speeltjes, zijn kattenbak, een vervoersmandje, een eigen huisje in de vorm van een schildpad (70x45x25 cm) en een roetsj-roetsj-ding (45x ø 25 cm). Met het vervoersmandje wist ik al iemand gelukkig te maken. De kattenbak, de schildpad en roetsj-roetsjding  kan gratis worden opgehaald. De enige vereiste is dat, met de aanvraag er een foto van het bedoelde katertje/poesje, inclusief naam, moet worden opgegeven. (Tja, dat is nou eenmaal de eis van Kiwi en daar sta ik achter.)

0120

 

Militaire discipline
Dag 4
militair discipline

Steeds als ik bij Kiwi in de logeerkamer kom, word ik hartelijk begroet. Maar ik heb wel de indruk dat hij mijn kroondomein nog steeds als een logeeradres beschouw. Zo heeft hij, licht miauwend, eventjes bij de buitendeur gestaan. Voor z’n ontbijt vloog hij weer van bed af. Richting zijn etensbakje op de patio bleef hij langs mijn benen strijken, wat op een blijvend ritueel gaat lijken. Na toch nog even de kamer te hebben aangedaan, vertrok m’n katerkoppie 2.0 weer naar de logeerkamer, waar ik hem regelmatig op zocht.

Zonder hiervoor mij als een geleidende hond te hebben gebruik, stond hij rond het middaguur plots in de kamer. Natuurlijk kreeg ik weer heel wat kopjes, waarbij hij in verkennende zin zijn ogen de kost gaf. Eventjes had de tuin zijn interesse, maar nieuwsgieriger werd hij naar de mand die pal bij de tuindeur staat. Hoera, want dat is juist de plek waar ik hem in de toekomende tijd graag wil hebben. Vooralsnog bleef het bij wat gesnuffel, om daarna naar ‘zijn plek’ terug te keren.

Dinnertime werd weer een leuke happening. Hij vloog van bed af om zigzaggend zijn etensbakje op te zoeken. Al strijkend kreeg ik veel kopjes, waarbij ik de indruk kreeg dat Kiwi een militaire opleiding achter de rug heeft. Alsof ik zijn meerdere ben ging hij namelijk, pal bij het etensbakje, strak tegen mijn been aan staan. Ik had geen idee welk commando hij van me verwachtte, om aan te kunnen vallen. Op zijn eten, natuurlijk.

Omdat hij het initiatief volledig aan mij overliet, pakte ik wat eten uit zijn bakje en hield hem dit voor. Meer dan een paar likjes werd er niet aan gegeven. Bakje onder zijn neus was ook geen succes. Ik had al een heel blikje van zijn eigen eten moeten weggooien en was nu niet van plan om dit met het AH-eten te herhalen. Ik liet hem bij zijn etensbakje achter.

Heel snel was hij mij naar de kamer gevolgd, om verder ook aan deze omgeving te wennen en vooral veel kopjes uit te delen. Het plezier van ‘liggen in het mandje’ had hij mij nog niet gegund. Maar, zeker ook zo leuk, sprong hij op de poef, die ik pal naast mijn fauteuil heb staan. Helaas was het maar voor even, desalniettemin wel een leuk begin.

Kiwi vertrok weer, lokte mij daardoor mee naar zijn etensbakje, in de hoop dat hij zou gaan eten. Ondanks mijn hulp kwam het er niet van en vertrok hij weer naar bed. Het leek mij verstandig om me er verder niet druk meer om te maken.

 

Culinaire vingerwijzing
Dag 5

De bijzonderheden over mijn katerkoppie 2.0 lopen terug. Hoewel, vanochtend na het opstaan, zocht ik mij de touwt…..(Haags, lelijk woord). Kiwi lag niet op zijn vertrouwde plek op het logeerbed. In alle hoeken en gaten was ik naar hem op zoek. Zelfs in gesloten kasten en achter de dichtgetrokken kamerdeur hoopte ik hem te vinden. “Ik zal toch niet, al slaapwandelend, hem naar buiten hebben gelaten?” Tuurlijk niet, meneer zat uit het zicht naar buiten te kijken.

Elke keer als ik zijn domein binnenstap, vliegt hij van bed, om mij te begroeten. Alleen dit keer niet. Wat had de grappenmaker hiermee voor ogen? Eenmaal te zijn betrapt kwam hij natuurlijk wel weer enthousiast op mij af. Al strijkend, richting ontbijt. Steeds als ik zijn eten heb neergezet, is hij echter meer bezig met het verstevigen van onze vriendschapsband. De kopjes kunnen niet op.

Als ik hem naar zijn etensbakje til, laat hij zijn gat onderuit glijden, zodat z’n achterpootjes eerder bij het eten zijn. Ik doe maar weer eens de truc met mijn vinger. Brokje op willekeurige vinger, voor zijn neus en smullen maar. Het juiste moment om z’n etensbakje verder onder z’n neusje te schuiven. Mooi niet. Dan maar weer een paar stukjes eten op m’n vinger. Kiwi ziet hier kennelijk een deftige manier van eten in, zoals wij gewend zijn om met mes en vork te eten.

Na hem te hebben uitgelegd, dat mijn Haagse kak niet zó ver gaat en dat hij best met z’n snuitje mag eten, kwam het verorberen langzaam op gang. Toch weer met enige stijl at hij niet alles op. Gedurende de dag nam hij af en toe een paar hapjes, om nu ook zijn kattenmelk zonder tussenkomst van mijn vinger te drinken.

Steeds als hij vanaf zijn uitvalbasis, het logeerbed, al strijkend met mij meeliep, ging hij verder op verkenning. Mijn badkamer kreeg extra aandacht, waarbij voor hem kennelijk het mysterie was opgelost, dat hij mij mijzelf nooit zag schoonlikken. De natte vloer van het douchegedeelte sprak voor hem boekdelen.

In de kamer ging één keer, zich uitrekkend, zijn pootjes richting nieuwe bank. “Neeuh,” volstond. Even later rekte hij zich opnieuw uit, nu op de deurmat van de tuindeur. Direct kreeg hij hiervoor het licht op groen. Hopelijk gaat in het vervolg ook zijn voorkeur naar deze mat uit. Dit in combinatie met zijn krabpaal op de patio, uit eigen PSU*, waarop hij zich later al krabbend nog eens uitrekte.

Kiwi raakte steeds verder thuis. Misschien een goed moment om eens een spelletje te spelen. Ik had hiervoor een pingpongballetje die ik, tik, tik, tik, voor z’n koppie liet stuiteren. Geinig, moet hij hebben gedacht, tenminste, als hij zich nu ook van mijn taalgebruik bediende. Nadat ik het balletje drie keer rond liet stuiteren, plezierde Kiwi mij om één keer de bal een tik te geven. Hier wilde hij het even bij laten. Maar ja, al met al, toch weer een optelsom van nieuwe gedragingen.

Kiwi is een geweldig lief diertje. Laat zich makkelijk en graag op z’n koppie kussen. Laat zich zonder problemen optillen en is, zoals ik het zo graag van mijn diertjes heb, prettig op mij gefocust. De dag dat hij voorgoed zijn uitvalbasis verlaat om frank en vrij zich door óns’ kroondomein te bewegen, komt steeds dichterbij.

 

-o-o-o-

 

n.b. Al schrijvend overschreed ik zijn etenstijd. Naast zijn etensbakje zat hij mij op te wachten. Snel maakte ik een blikje Gourmet Gold voor hem open. Enthousiast volgde hij mij naar ‘zijn tafel’. Na wat gesnuffel, eten ho maar. Pfff, dan toch nog maar een keertje de ‘vingertruc’, en ja hoor, smaakte heerlijk, maar geen reden om zelf verder te eten. Trok zich zelfs een beetje terug, totdat ik weer een ‘kluitje’ eten op mijn vinger legde. Opnieuw heerlijk gesmikkel. Tuurlijk, het is vreselijk leuk om het diertje zo eten te geven, hem uit je hand te laten likken, maar tegelijk niet normaal. Dus na vier, of waren het vijf(?), ronden stopte ik deze extra eet-service. Meneer leek gepikeerd, want hij trok zich naar ‘zijn kamer’ terug. Hij zal wel op zijn schreden terug keren.

 

Kroondomein reclame
Dag 6

Momenteel schenk ik node aan het begrip ‘Handsfree eten’ extra aandacht. Nou heb ik het niet over het met je handen eten van een boterham. Da’s prima, want dan zijn het nog steeds jóuw eigen handen. Eigenlijk gaat het over Kiwi, die graag met mijn handen eet en dat heb ik hem onbedoeld binnen enkele dagen hem aangeleerd. Dat komt doordat hij aanvankelijk niet wilde eten. Daardoor nam ik een paar stukjes op mijn vinger wat hij er dan graag afsnoepte. Meestal met het resultaat dat hij zelf verder uit zijn bakje at.

Gisteravond liep hij gepikeerd bij het eten weg, en ook vanochtend zat hij opnieuw met mijn vingers te ontbijten. Ik zag wel dat hij zijn eten van gisteravond toch had opgegeten, dus liet ik het nu bij een paar keer ‘vingerproeven.’ Waarschijnlijk moet ik wat meer geduld betrachten om Kiwi weer tot een normaal eetpatroon terug te laten keren.

Kiwi blijft de logeerkamer als zijn uitvalbasis houden en zodra ik kom kijken vliegt hij op me af en lopen we samen het gehele huis door. Langs mijn benen strijkend verkent hij nu veel meer de details van ons kroondomein. Nu waren het de vogeltjes in de tuin die hem in het vizier kwamen.

Refererend aan mijn Haagse kak, had ik de mazzel dat het vogeltjes-ontvangstcomité bestond uit drie dwerg-papegaaitjes, vogeltjes die door onverlaten vooral in het Amsterdamse Vondelpark zijn losgelaten. Ik had het idee dat het voor Kiwi evenzogoed de huismus had mogen zijn. Gebiologeerd bleef hij de diertjes gadeslaan.

Hij hield zich wel aan de bekende spreuk “er is een tijd van komen….”, dus taaide hij opnieuw af naar zijn eigen terrein. Ook daar is hij steeds meer gaan ontdekken. Via de kast op de vensterbank viel er ook leuk naar buiten te kijken. “Pfff, daar moest die kwibus”, baasje noemen is nog te veel van het goed, “zo nodig een foto van maken om zijn kroondomein.com te promoten.”

 

Strenger deurbeleid 
Dag 7

Gedurende deze gehele dag ging de snuffelstage van Kiwi steeds verder. Vooral hoger. Op tafel in de patio, waar hij het even lekker kon relaxen. Op het dressoir in de patio, puur uit nieuwsgierigheid. Daarna op het dressoir in de woonkamer, waar hij eerste rang naar de vogeltjes kan kijken. Vóór in het huis is het, misschien omdat het zondag is, veel saaier. Wel een leuke plek om ‘het (nieuwe) baasje’ op zijn ‘stekkerfiets’ weg te zien rijden. Maar om ‘m vooral weer terug te zien komen.

Daarbij is er wel enigszins voorzichtigheid geboden. Want Kiwi is zijn 8 gelukkige jaren in Haarlem nog niet vergeten. Een enkele keer probeerde hij, bij de buitendeur zachtjes miauwend, het voor er elkaar te krijgen dat de deur voor hem zou worden geopend. Sorry Kiwi ‘Sesam’ woont hier niet. Om slimmigheidjes van het katertje te voorkomen, heerst er nu wel een strenger deurbeleid. Tijdelijk zal er voor hem een tussendeur worden gesloten, of kan hij de logeerkamer niet uit, voordat de buitendeur open gaat. Om hem niet nerveus te maken, blijven de lamellen van de tuindeur voorlopig gesloten. Natuurlijk wel in de vrij-kunnen-kijken-stand, om naar de vogeltjes te kijken.

Op schoot heeft Kiwi het inmiddels 2 minuten uitgehouden. Waarschijnlijk ook het limiet van zijn baasje. wat nog verder moet worden uitgetest. Langer ging zijn interesse uit naar de werkplek van die kwibus, uhh zijn baasje (wat hem nog niet makkelijk z’n strotje uitkomt). Wel moest hij op het bureau worden getild, maar dat beviel hem wel direct. Effe een fotootje oké, om daarna lekker voor het toetsenbord te gaan liggen. ( “En hij vond het nog goed ook Afbeeldingsresultaat voor smile “) Maar ja, om verder in de publiciteit te komen….

Naar tevredenheid van beide kant nestelde hij zich toen net buiten het toetsenbord.

-o-o-o-

Sorry baasje
Dag 12

Sinds de 10e dag logeert Kiwi niet meer, tot opluchting van Kieneke. Misschien heeft m’n Katerkoppie 2.0 iets van het telefoongesprek opgevangen, waarin m’n zusje de logeerkamer claimde. Hoe dan ook, het is er wel veel gezelliger op geworden. Alleen kwam het tijdstip van zijn sociale aanpassing mij niet goed uit. Die ochtend moest ik in het ziekenhuis een ‘kop-scan’ laten maken en leek mij het een gok om 2.0 alleen in de woonkamer achter te laten. Toch vond ik het sneu om, door een woonkamer uitzetting, zijn enthousiasme te temperen. Dan maar de gok, op het gevaar af dat hij aan de bank zou krabben. Mijn vertrouwen werd beloond.

Dag 12 leek het echter alsnog fout te gaan. Die zondagochtend was Kiwi hoog en laag, in alle hoeken en gaten de kamer verder aan het verkennen. Na een intensieve rondgang ging hij uitgestrekt op de rugleuning van mijn nieuwe bank liggen. Plots zette hij hierbij z’n nageltjes in de bank. Voor het geklauw begon gaf ik een schreeuw, waarop hij van de bank sprong, op mij af vloog en langs mijn benen begon te strijken. ”Sorry baasje, ik was het effe vergeten.” Vervolgens liep hij rechtstreeks naar de deurmat om demonstratief zijn nageltjes alsnog te scherpen. De slimme wijsneus.

Die dag kwam hij een paar keer uitgestrekt op mijn schoot liggen en, heel grappig, gaat hij steeds meer miauwend een dialoog met mij aan. Eerder de logeerkamer is nu de kleine eetkamertafel, door mij niet in gebruik, zijn uitvalbasis. Een enkele keer is er een ‘Héh!’ nodig om hem van het aanrecht af te houden. Uitkijken vanaf de bar is door mij geaccordeerd. Begrijpelijk weet hij weinig begrip op te brengen voor het feit dat, daar waar de vogeltjes heen en weer fladderen, hij nog niet gewenst is. Zielig miauwend staat hij een enkele keer voor de tuindeur. Ik kijk er naar uit om hem ook daarmee te kunnen plezieren.

’s Nachts laat ik toch maar de kamerdeur gesloten. Uiteindelijk zijn er verder in huis voldoende rustplekjes voor hem. Wat mij betreft mag hij ook op het bed naast mij. Maar, behoudens twee keer om mij ’s ochtends te begroeten, wil hij niet op bed. Het lijkt mij dat er voor hem geen prettige geur aan de sprei zit, waar Morro tot aan zijn allerlaatste nacht heeft gelegen. (Die kanjer kwam mij elke avond rond 11:00 uur halen om samen naar bed te gaan.) Om Kiwi toch naast mij te krijgen zal ik vanavond een grote badhanddoek op de sprei leggen.

Kiwi heeft op alle fronten, in positieve zin, mijn verwachtingen overtroffen. Het is een echte knuffelkater. De enige keer dat wij wat onenigheid hadden, meende hij mij te kunnen corrigeren door ‘soft’ uit te halen. M’n Luid protesterende kater pakte ik toen van tafel en bracht hem, al knuffelend op z’n koppie, naar de kamer, waar zijn ‘boze bui’ direct over was. Kiwi haalt niet uit, zeker niet tijdens een knuffelcessie. Zelfs als hij genoeglijk, met z’n koppie om, op zijn rug gaat liggen, blijft hij risicoloos knuffelbaar. Richting zijn buikje wordt het oppassen geblazen, maar dan nog zullen er voldoende alarmbellen afgaan. Als ik in mijn werkkamer ben, zoekt hij mij graag op. Het liefst om, tegen mijn toetsenbord aan, getuige te zijn van wat ik neerschrijf. Hij heeft veel interesse in alles wat ik doe.

Zijn eten en drinken heb ik op de patio gestationeerd, gewoon omdat ik het leuk vind dat hij ’s ochtends, staart omhoog, miauwend en benen strijkend, vanuit de keuken, meeloopt. De eerste dagen moest hij niets van zijn meegenomen eten weten. Het leek op rancune: “Oh, jullie zetten mij uit huis, dan steken jullie dat eten ook maar in jullie… (censuur”). Sinds dag 13 kwam hierin een ommekeer. Voor mijn blikjes haalt hij inmiddels zijn neusje op. ”Nee, dan die heerlijke blikjes uit Haarlem.” Er is nog voldoende voorraad, dus ach, laat hem.

Een gedachte over “De eerste dagen van mijn katerkoppie 2.0

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Loading Facebook Comments ...
|
dis©laimer - Site by - Dutch Design Office