Kroondomein.com

Haags treinen naar Den Haag

Vakantie houden in eigen land is een absolute aanrader, tenminste als je dagelijks met zon en minimaal 23 graden wordt verwend. Je hoef dan ’s-avonds niet voor de zoveelste keer het haventje rond te lopen, om zo de avondtijd te doden. Dat treinen was een echte openbaring. Drie dagen lang kriskras door Nederland, steeds weer voorzien van een ander gezelschap binnen je compartiment. Tussen de rails gaat er een docu-film aan je voorbij. Neem nou die Haagse herrieschoppers, die op Amsterdam Centraal instapten. “Astedam Kankegstad Astedam Kankegstad” scandeerden zij in koor.

Met z’n zessen namen zij de coupé voor ons in bezit. Alvorens zij gingen zitten werd het raampje opengedraaid en werd reizend Nederland nog even fijntjes verteld, hoe zij over onze hoofdstad dachten: “Astedam Kankegstad, Astedam is un Kankegstad.” Ze brulden het vol overtuiging en met toewijding. De trein vertok. “Éndelijk zèn we ùit die kankegstad opgetief”, zei de kaalste van het stel. Een soort Meneer Bres, maar dan zo stom als Henkie zelf, voordat hij aan zijn Tv-optreden was begonnen.

Stil in een hoekje, waardoor zij eigenlijk nog niet was opgemerkt, zat een oud, deftig vrouwtje. Een weduwe-typje, dat iets van notarisvrouw geweest moet zijn. “Ach, jongeman, mag het raampje dicht. Er waait zo’n koude wind over m’n hoofd”. “Schè ùit mevrâhtje, t’is hagtstikke ongezond om alles dich te hebbe. Mot u hier is an Gijs rùike, dan snak u wel naah frisse luch. En dan heppik me zware Weiduwe nog niet eens opgestauke, wat ik trâhwes nâh ga doen. Je zet maah een hoedje op, auma’tje”. Geschrokken hield het notarisvrouwtje wijselijk verder haar mond.

Er ging een telefoon…….
“Ha die Kreilis, ben je nâh al vajje wèf gerold?, je bent ampâh een halve dag getrâhd. Wè zèn nog nie is thùis geweis; ut was trâhwes een gènig feisie. Per keâh worde jâh trâhwerèje luikâh. Volgende keâh zèn we graag weâh van de pagtè. … “. Nou, nou, jongeman”, het deftige dametje kon haar ergernis niet langer verbergen. Wat een taal, dat kan je toch ook wel netjes zeggen”. “Hé âhd hoekhùis, je ken voâh mèn de bâht hacheilen…..”, diende hij haar van repliek, waarna hij zijn aandacht via z’n mobieltje weer op Krelis richtte. “Boud hachelen, wat bedoeld die jongeman daarmee?” “Nâh gewaun mevrâhtje, dajje zn stront mag opvreite.”, kreeg zij willig antwoord uit Haagse kringen. De dame kromp in een.

Nu werd het mij toch echt te gortig. “Hé mannen nou effe dimmen ja?” “Jôh bal hâhd jè je tinnifbek, die trèn is toch nie vajje; pleuâht op, naah waah je vandaan komp”. Nu speelde mijn Haags zich op: “Wel jè kale neit, ga jè is lekkâh die gekke kale trèitâh vajje krète, dan hebbe wè tenminste gein las meâh vajje”. “Je ken de rubberrepleures geniete”, beet hij van zich af, terwijl z’n maten in een deuk lagen. “Ja en jè de tâhtering, dan ken j’t ùitrafele”, gaf ik nog een verbaal Haags toetje. “Krèg nâh de vinketeiring, die bal lult net zau plat Hags as wè. Ben jè een Haagse kakkâh?” “Wat wâh je weite, tuâhlijk lèpzuâhdeig”. “Hé gènig, nâh dan motte we toch nie langâh tege elkaah laupe te zèke. Ik doet wel effe ut raampie dich meivâhtje, want ut zâh wel fris zèn, zau zondâh hoed”

Toen werd het toch nog gezellig in ons compartiment. Vriendelijk groetend stapte het vrouwtje in Leiden uit de trein. Gènig wèf hè”, dat auma’tje”, sprak de kale vertederd en welgemeend.

0314

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Loading Facebook Comments ...
|
dis©laimer - Site by - Dutch Design Office