Kroondomein.com

Fruitverslaving

fruitkast

Beroepshalve zit ik veel langs de weg. Automatisch bezoek ik daardoor regelmatig de horeca voor een lunch of zomaar voor een kopje koffie. In zo’n gelegenheid raak ik altijd weer opnieuw gefascineerd door de gokkast in de hoek van het lokaal en de mensen die zich daaromheen hebben geschaard. Niet zozeer dat zo’n fruitmachine mijn goklust opwekt, maar het zijn de gok­kers die mij boeien. Uren zou ik hen gade kunnen slaan. Alleen al om te zien hoeveel zij verfruiten en of die begeerde jackpot valt.

Zo stapte ik eens een cafetaria binnen om een broodje te eten. En ja hoor, ook hier stond zo’n meedogenloze gokkast in de hoek opgesteld. Slechts één armlengte verwijdert van een tafeltje, waaraan twee vrouwen onder het genot van een kopje koffie zaten te keuvel­en. Wat ze gelijk hebben, na het winke­len lekker even een bakkie doen. Al gauw bleek mij echter dat het één van deze lief­tallige huismoedertjes in het geheel niet om het kopje koffie was te doen. Door goklust geprikkeld had zij het bood­schappen doen tijdelijk onderbroken. Haar gezelschap moest alleen maar haar gretigheid tot gokken verbloemen. Tegen die praat­grage tante hoefde zij alleen maar ja, nee en amen te knikken, om de schijn van een gezellig gesprek op te houden.

Voor mij was het wel duidelijk dat haar gedachte alleen maar bij die knakenslikker was, die zij vanaf haar kantinestoel makkelijk kon bedienen. Alleen voor het vullen van de kast stond zij regelmatig op. In het half uurtje dat ik daar zat, zag ik de goklustige tante tot drie keer toe een briefje van vijfentwintig wisse­len. “Joop, geef mij nog wat lossen”, was dan het jargon. Al wauwe­lend en quasi ongeïnteresseerd in het gokken, liet zij de vier rollen er lustig op los draaien. Het zat haar niet mee, de tikken bleven uit. Het was alleen maar aftellen geblazen. Bij mijn vertrek hoorde ik haar nogmaals zeggen: “Joop, nog wat lossen”. Ik geloof nooit dat zij die dag nog winst zou maken. Waarvan zal deze slechte investering ten koste zijn gegaan?

Dan dat mannetje in die bruine kroeg. Het was wel duidelijk. Zo vanuit zijn werk had hij zijn stamcafé opgezocht. Niet om even gezellig een pilsje te pakken, maar gewoon om opnieuw zijn geluk op de kast te beproeven. Driftig stond hij, nog in werkkleding, de fruitkast te bespelen. Ik had eerst aan de bar plaats genomen, maar de conversatie daar (drank, vrouwen en motoren) verveelde mij dit keer snel. Eigen­lijk had ik meer belang­stelling voor dat mannetje, achter die hongerige gokkast. Vandaar dat ik een tafeltje opzocht, waar ik mij door andermans gegok kon laten meeslepen.

Nu leek ik met een echte kenner te maken te hebben. Steeds als de vier rollen van de fruit­kast tot stilstand kwamen, hield hij een verklarend betoog over de combinaties die vielen. Dat hier niemand aandacht aan schonk, deerde hem niet. Mogelijk sprak hij tegen zijn geweten. Omdat ik ook op mijn fortuin uit ben, werd ik nieuwsgierig naar zijn verklarende woorden, in de hoop achter de winstformule van deze fruitkast te komen. Met mijn pilsje in de hand zocht ik het gezelschap van de gokker op. De fruitmaniak was zichtbaar blij met mijn aanwezigheid en belangstelling. Hij deed extra zijn best om mij de geheimen van de gokkast te onthullen. Hij vertrouwde me zelfs toe dat de kast op springen stond.

Een blik op het creditvenster leerde mij dat het dan wel met drie tikken moest gebeuren. Mis, waarschijnlijk een kleine berekeningsfout van deze be­roepsamateur. Mijn twee knaken brandden al in mijn zak. Maar, ik kreeg geen kans. Met nog één tik te gaan, begaf de man zich naar de bar. “Hans, geef mij nog eens tien knaken”. Toen hij met zijn handvol nikkel terugkwam, vertelde hij goedmoedig dat hij één tik expres liet staan, “want anders zou iemand tussen­door, met een knakie spelen, de jackpot pakken.” Kast op safe zetten, is hiervoor het jargon.

“Let maar op makker, ik ga nu de jackpot pakken”, aldus de gokker. Ik raakte nu echt onder de indruk van de mans gokkast-ken­nis-van-zaken. Dat ene tikkie verdween echter zonder prettige gevolgen. Opnieuw verdween er rijksdaalders in de gleuf van gokgenot. Met tientallen tikken werd dit kastvoederen be­loond. “Kijk een leek zou nu die twee pruimen vast zetten; da’s stom, want dat ontregelt de hele kast. Zie je die aas pak ik nu wel, want die valt maar zelden op rol drie. Let maar op, nu vallen de andere azen ook… kassa!” Het klonk allemaal zo logisch. “Verdomme, er net boven. Maar zie je dat de jack­pot nu snel zal vallen!” “Tja, lijkt mij ook”, zei ik bemoedi­gend.

Tik, tik, een kers gaf twee punten terug. Net nu ik enthousi­ast wilde uitroepen dat de kast eindelijk ging geven, be­gon de man te tieren dat hij door die rottige kersen de twee meloenen niet kon vastzetten. “Da’s nou altijd, dadelijk valt ook een derde en misschien een vierde meloen. Zit ik er weer net naast”. Ondanks zijn deskundige voorspelling bleven de meloenen weg. Ik hield wijselijk mijn mond. Het spel ging door, aangedreven door steeds weer een knakie dokken. “Hé da’s een goeie!” Er vielen azen op rol één en rol drie. “Dat kan niet missen. Als ie dat eenmaal geeft, vallen de ander azen er automatisch bij, wat ik je brom”. Met een soort van bijgeloof hield hij met zijn hand het raampje van de kast bedekt en bij voorbaat imiteerde hij het geven: “tikketikketik”. Het mechanische getik bleef opnieuw uit.

“Jezus Mina, wat is dat nou voor gelul? Hij had nu gewoon moeten vallen. Hebben ze verdomme aan die kast staan klo­ten. Kijk da’s het gluiperige mijnheer; als ze de kast komme legen, zitten ze met hun poten er gelijk aan te rommelen. Dan geeft ie dagen niks meer. Laa’n ze verdomme met hun gangster­koppen hun poten thuis houwen”, tierde het mannetje. Hoewel de man achter de bar dit geraas wel moest horen, reageerde hij wijse­lijk niet. Het mannetje speelde verder. Ik geef toe dat ik aardig met dit typetje meeleefde. Hij zal al zoveel geld hebben verspeeld, dat de jackpot best eens zou kunnen vallen.

Ja hoor, de jackpot viel, nét toen ik aan de bar nog een biertje haalde. “Hangen…, wat heb ik je gezegd?”, stond mijn gokleermeester uit te kramen. Ik haastte mij terug naar de ineens goedgeefse kast. “Jackpot mijnheertje”, begroette hij bij mijn terugkomst mij enthousiast. “Rikketikketikketik”, zong de fruitmachine het begeerde liedje. Tot 230 punten liep het op. De kast raakte uitgetikt en onze fruitkastspeler vervolgde sluw zijn strate­gie.

“U pakt toch zeker wel die tweehonderd punten, dan heeft u toch weer vijftig piek teruggewonnen?”, was ik be­nieuwd. “Welnee man, ben je gek. Hij gaat nu pas echt geven. Ik kan er nu veel meer uit slepen”. De kenner had opnieuw gesproken. Wat twee geeltjes terugverdiend kon zijn, verdween als speel­tikken voor de zon. Opnieuw werd het nulpunt bereikt. “Hans, nog eens 10 knaken”. En opnieuw kreeg ik deskundige uitleg over de combinaties die vielen: “Die vastzetten; die laten lopen. Je zal zien dat ik mijn geld mét winst terugpak. Ik ken deze kast door en door.”

Knaak na knaak verdween door de gulzige muntproever. Slechts kleine succesjes werd er door de fruitverslaafde geboekt. Maar ook die tikken werden weggedrukt, in de overtuiging dat de kast lekker zou gaan geven. De kast bleef echter nemen. Opnieuw kwam zijn portemonnee uit zijn kontzak tevoorschijn. Er moesten weer knaken komen. Nu moest hij, triest als het is, constateren dat al zijn bankbiljetten waren verdwenen. Verzil­verd wordt dat wrang genoemd. Uit het kleingeldvakje viste hij nog vier knaken. Stapte naar de bar, om eerst zijn consumpties te betalen. Dat viel wel mee, slechts twee pilsjes. Zijn overblij­vende piekies verdwenen wederom in de gleuf-van-hoop.

Maar ook de laatste tikken gaven hem geen geluk. De jackpot bleef uit. “Verdomde kloten kast. De jackpot moest vallen. Maar die tillers hebben weer lopen rotzooien. Die dieven hebben nou toch weer mooi ƒ.150, = van me te pakken. Nou dat stelletje uitnemers hier kunnen wat mij betreft verrekken. Mij zien zij hier niet meer terug. Ja, ik laat me een beetje uitkleden. Dan moeten ze toch vroeger opstaan.” Vloekend en tierend verliet hij het café, lachend nagekeken door Hans de kastelein. “Elke week is het met ouwe Teun het­zelfde liedje. Zodra hij zijn weekgeld heeft gevangen komt hij hier en verspeelt meestal zo’n anderhalve meier terwijl hij nauwelijks iets te drinken neemt. Laat staan dat ik een tippie mag ver­wachten. Teun is een geboren verliezer. Maar moet je hem horen als hij aan het spelen is. Alsof hij die kast zelf heeft gemaakt. Teuntje z’n wijf zal het leuk vinden, dat ze weer een week met een paar gulden huis­houdgeld moet rondkomen. Nou ja, hij doe het toch zelf.”

Nieuwsgierig keek ik Teun de gokker door het raam na. Nog net zag ik hem zijn oude fiets van de pui wegnemen. Het Tup­per­ware doosje van zijn twaalfuurtje stak nog tussen de snel­bin­ders. Minder vrolijk dan voor de fruit­kast, verdween Teun uit het zicht. Ik had het toch met hem te doen. Hoe kan hij in vredesnaam zijn gezin met zo’n ingekort weekloontje nog onder­houden? Teun laat zich wekelijks door die mechanische fruitschaal uitkleden. Over verboden vruchten gesproken.

1298

Een gedachte over “Fruitverslaving

  1. Emmy Hougee

    Leuk om te lezen en heel herkenbaar. Ooit heb ik gefascineerd het gedrag van Chinese oude dames bestudeerd terwijl zij aan de roulettetafel stonden.

    Reageren

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Loading Facebook Comments ...
|
dis©laimer - Site by - Dutch Design Office