Kroondomein.com

Ladekutjien

trommelgeroffel

Ik geloof er niet meer zo in dat elk vogeltje zingt zoals het gebekt is. Daarvoor vliegen de hedendaagse vogeltjes veel te veel door elkaar. Alsof er nimmer enige rassenverschil is geweest. Het vogeltje dat boven Wassenaar is groot gebracht kent tegenwoordig dezelfde uitdrukkingen als zijn soortgenootjes van boven de Haagse Ravesteinstraat. Sterker nog, het geeft de kakker veel voldoening om eens lekker platvloers te kwet­teren.

“Dat klinkt zo lekker tof, weet je wel”. Figuren als Koot en Bie wisten dit verschijnsel nog eens lekker aan te wakkeren. “Toch eigenlijk wel goed kut, waar ik van over de rooie ga”. Ja sorry hoor, ook ik heb mij door zulke rakkers laten opgei­len. Je moet toch zeker wel, anders sta je toch voor de kat z’n kloten iets te verkondigen, zonder dat ze het van je oppikken. “Schei’s uit!” Ik geef toe dat dit soort taalgebruik wat onwennig uit mijn elektrische letterbak voort komt. Bij het teruglezen van boven­staande neig ik er zelfs toe het papier uit de machine te rukken. Stop ander woord!

Laat ik nou niet hypocriet worden, uiteindelijk heb ik als schooljongetje al die schutting­woorden van A tot Z geleerd. Je zorgde er wel voor dat je dit woordgebruik in uiterst select gezelschap hanteerde èn zeker niet in de buurt van de “grote mensen”. O ja, rond mijn tiende jaar hadden mijn vriendjes en ik de grote mensen wel lekker tuk. Midden in hun gezicht zeiden we iets héél vies, waarover wij het grootste plezier hadden en waarvan zij maar niets begrepen. Die grote mensen toch!

Ik kan het nu eigenlijk best wel vertellen. We speelden toen namelijk quasi “optochtje” (zal ik al tien jaar zijn ge­weest trouwens??), waarbij wij de trommels zogezegd nadeden met de ritmisch verantwoorde woorden: “LADE-KUTJIEN, KUTJIEN, KUT­JIEN, KUTJIEN, KUTJIEN…. Dit trommelgeroffel ging gepaard met een brede kindergrijns. Goed luisterend was dit kindergetrommel veel minder onschuldig dan op het eerste gezicht (uhh, oor)wel leek. Het getrommel had in­houdelijk een vraag in zich, waarop wij als mannetjes-in-dop eigenlijk geen antwoord nodig hadden. Het hardop zeggen van: “Laat je kut zien, kut zien, kut zien, kut zien, kut zien” (want dat was ons trommelgeroffel), gaf ons een buitenroede­lijke bevre­diging, waarbij geen enkel vlekje moest worden weggewerkt. Want daar waren wij, fysiek gezien, nog niet aan toe. Tenminste, ik niet. Wij rakkers van tien toch!

Nu, ruim twintig jaar later, hoor ik opnieuw dat trommelge­roffel:­ “Ladekutjien, kutjien, kutjien, kutjien, kutjien.” Maar, geen kinderoptocht in de buurt. Het zijn nu juist de volwassenen die, weliswaar in een heel ander ritme, hun drum­solo weggeven. Zo van: “Die lul van een kuttekop verneukt iedere klootzak die niet wil geloven dat elke trut op hem geilt.” Zo’n forse uitspraak dwingt heden ten dage respect af, waarbij men zich niet af­vraagt of dit taalgebruik niet te nadrukkelijk is en of dit niet ietsje minder kan.

Welnee, dit smeuïge taalgebruik is niet alleen erg onderhou­dend, maar communiceert ook nog eens overweldigend. Het kan je zelfs heel erg populair maken. Denk je eens in: “Die knaap wordt agressief als je niet wil geloven dat elke vrouw op hem valt”……….., dat is toch zeker geen smeuïge conver­satie voeren. Daar is inmid­dels iedereen, van welke afkomst dan ook, wel achter. Ons taalgebruik moet nadrukkelijk zijn wil het aandacht vragen. Maar onze mijnheer Van Dale heeft deze ontwikkeling nooit aan zien komen. Vandaar dat wij ons steeds meer van schut­tingwoorden bedienen.

Ladekutjien, een duidelijk trommelgeroffel.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Loading Facebook Comments ...
|
dis©laimer - Site by - Dutch Design Office