Kroondomein.com

Ik zoen niet

 politie

We moeten zo langzamerhand toch wel eens af, van dat eeuwige gezever over onze wet op de privacy, waarbij het fouilleren nog steeds ter discussie staat. Kort geleden nog, ging ik naar de risicowedstrijd AZ-Utrecht, waar je bij het stadion inkomen werd gefouilleerd. Of het de normaalste zaak van de wereld was, liet ik mij door die grote blonde knul gewoon betasten.

Oké, wat onwennig zei ik er wel bij dat ik niet zoen. Nou, daar had hij alle begrip voor. Verplichte legitimatie?! Ook dat vind ik geen probleem. Laat staan dat ik er bezwaar tegen heb, dat de politie door alle troep in mijn wagen heen struint, om uit te vinden of ik mij van dat alles eigenaar mag noemen. Vanzelfsprekend toch? Mooi niet. Het valt bijna niet te geloven, maar de politie mag niet in de achterbak van jouw auto kijken of er bijvoorbeeld inbrekerstuig in ligt, of erger nog, wapens. Het is al heel vaak voorgekomen dat in ons kabouterland criminelen voor illegaal wapenbezit werden vrijgesproken, doordat het verkregen bewijs illegaal was verkregen. Jááá, want de politie heeft zonder toestemming in de kofferbak gekeken(!)

Jemig, hoe kan je in hemelsnaam bewijslast tegen de onderwereld onrechtmatig verkrijgen?! Rot toch op: oog om oog, tand om tand. Jammer voor die misdaadadvocaten, als Gerard S., Brammetje M. en Oscar H. Zij zullen dan heel wat minder gaan verdienen. Ach, dan de tering maar even naar de nering zetten. Voor die duivelse advocaten moet het toch ook een heerlijk gevoel zijn dat er niet langer bloed aan hun handen kleeft. Maar ja, wie weet denk ik er toch iets te gemakkelijk over. Hebben zij gelijk dat we zonder hun inspanning een politiestaat dreigen te worden? Ach kom op, dat kan ik mij écht niet voorstellen. Trouwens als het om politie gaat, kan ik mijzelf best ervaringsdeskundige noemen. Heel lomp schond de politie meerdere keren mijn privacy.

Zo was er die keer, toen ik nog bij mijn ouders thuis woonde, dat ik van twee hoog zag gebeuren dat een wegrijdende automobilist, nog al fors een ander geparkeerde auto raakte en doorreed. Zo’n laffe streek kan ik niet hebben. Ik noteerde het kenteken van de weggereden auto en stak dit briefje onder de ruitenwisser van de beschadigde auto. Voldaan over m’n goede daad, viel ik een halfuurtje later lekker in slaap. Het was inmiddels 2.30 uur in de nacht, toen ik opschrok van de bel. Nog versuft van mijn eerste slaap lag ik bij te komen, terwijl er vreemde stemmen en voetstappen de trap op kwamen. Ik hoorde mijn moeder nog zeggen, dat daar mijn slaapkamer was.

Even later stonden er twee levensgrote agenten aan mijn bed. “Of ik dat briefje onder de ruitenwisser had gedaan?” “Ja, maar”. “Of ik de bestuurder dan ook ken of zou herkennen?” “Nee, maar”. “Dan weten wij genoeg”. “Ja maar, moesten jullie mij daar echt ’s nachts om halfdrie voor wakker maken?” “O Ja, sorry voor de overlast, maar wij moeten zoiets tijdens onze dienst nu eenmaal nagaan, alvorens wij morgenochtend de verdachte oproepen. Welterusten verder.” Aha, de verdachte mag dus gewoon z’n mandje in. Misschien nog lekker uitslapen ook. Dat moment riep bij mij de gedachte op van een anonieme kliknotitie. Veel later uitgegroeid tot de anonieme kliklijn.

Toen was er die keer, dat ik een huis vol visite had, er werd aangebeld en opnieuw twee grote kerels voor mijn deur stonden. “Recherche mijnheer, mogen wij even binnenkomen, voor het stellen van een paar vragen?” “Natuurlijk, maar ik heb visite, zullen we maar even apart gaan zitten”. “Helemaal niet nodig mijnheer”. Dus leek hun missie een onschuldige. Zij namen plaats in de kring van mijn familie en vrienden. Na ze wat te drinken te hebben ingeschonken, stelden zij mij de verrassende vraag: “Waar was u vorige week zaterdag de gehele dag?” Ik spoog verbouwereerd mijn biertje terug in het glas, keek hen glazig aan en antwoordde naar waarheid, dat ik die dag een fietstocht had gemaakt door de duinen naar Kijkduin en terug. “Daarbij bent u zeker ook in Zeeland geweest?” “Welnee man, dat is alleen heen nog eens 100 kilometer verder van huis.” “Dat weet u zeker?” “Watte?” Dat u vorige week zaterdag niet in Zeeland heeft zitten vissen?” “Nee jôh, dat zeg ik toch!” Gelukkig schoot nu mijn vrouw te hulp: “Heren, mijn man zegt toch dat hij heeft gefietst en trouwens, hij houdt helemaal niet van vissen.” Pissig zei ik nog: “Wat zijn dit voor verdachtmakingen, in het bijzijn van mijn familie en vrienden? Had het niet wat discreter gekund?!”

Zonder daar direct op te reageren, stonden beide misdaadzoekers op, ondanks dat ze net één slok van hun drankje hadden genomen. Wat mij overigens precies één slok te veel was. Bij de deur draaide één van de “nietsvinders” zich om met de woorden: “Sorry, maar we moesten het nou eenmaal zeker weten.” En lieten zichzelf uit, ons verbouwereerd achterlatend. Achteraf bleek in Zeeland een naamgenoot een meisje te hebben meegenomen. Vrijwillig, tot genot en genoegen van hun beiden. Ach, jaren later lukte het diezelfde recherche ook niet om vast te stellen, of er drank in het spel was, toen ik mijn auto ’s nachts total loss reed.

Dan was er nóg ’n sterk staaltje van de politie.
Met mijn lease-auto van Dagblad Het Vrije Volk reed ik zaterdagochtend naar familie in het Brabantse Best. Ik had een schitterende fotocamera gekocht, die ik samen met mijn oom wilde uitproberen. Of liever gezegd wilde ik wat basislessen over het fotograferen met een professionele camera. Met het boodschappen doen in hartje Best, bleven mijn oom en ik buiten op het centrale plein wachten, waarbij wij ons bezighielden met het instellen van de fotocamera. Object in de zoemer opnemen en dan de lens scherpstellen, was mijn eerste les, die prima verliep. Wat we ook in beeld namen, het viel steeds weer haarscherp in te stellen, daar midden op het plein van Best. Eenmaal terug van het weekendje Best, kwam onze buurvrouw aanbellen, met de vraag “of alles goed met ons was”. “Ja, Perfect”. “Maarre, hebben jullie soms iets uitgespookt?, vroeg zij serieus door. “Hoezo dat, wat bedoel je?” “Nou ja, wij hadden hier zaterdagavond de politie aan de deur, met de vraag, of wij wisten dat de buurtjes in Brabant waren”. “Ja, zeiden wij naar waarheid. “Of jullie in een rode Renault 18 reden en of meneer bij de krant werkt. Ook dat bevestigden wij. Dan wisten zij genoeg en vertrokken, zonder maar iets over de interesse in jullie te verklaren”, beëindigde onze buurvrouw haar relaas.

Terstond nam ik thuis de telefoon en belde de politie, om uit te vinden waarom er naar ons navraag was gedaan. Daar kon niet direct antwoord op worden gegeven, omdat de desbetreffende rechercheur vrij was. “Dan bel je die Sherlock Holms maar thuis op en zorg je ervoor dat hij in no time mij belt om zijn interesse in ons uit te leggen.” Verdomd, het hielp, na een kwartiertje had ik de speurneus live aan de telefoon. Hij had niets meer te zeggen, dan dat hij op verzoek van de Politie Best had gehandeld en dat het helemaal niet raar is om navraag bij de buren te doen. De hierop volgende discussie verzandde in zijn domme uitleg dat de recherche onbelemmerd hun werk moeten kunnen doen.

Maar het werd nog gekker.
Die maandag had ik een afspraak bij mijn garage, voor een kleine onderhoudsbeurt. Terloops zei ik tegen de chef van de werkplaats, dat mijn wagen het weekend nog werd gezocht. “Het is dat u er zelf over begint, meneer. Maar ik werd zaterdagavond op een verjaardagsfeestje gebeld door de politie, om informatie te geven over uw auto. Ik moest daar speciaal voor naar de zaak. Toen ik de politie de informatie doorbelde, konden zij mij niet zeggen, waarvoor zij dat wilden weten”. Ik hoorde het verhaal met open mond aan. Politie Best, politie Maassluis en politie Rotterdam zat achter mij aan, alsof ik een misdadiger was. Sowieso deze indruk bij mijn buren en garagehouder achterliet. Toen ik hierover politie Best belde, konden zij mij hierover geen mededelingen doen.

Mijn oom heeft het hier niet bij laten zitten en is naar de burgemeester van dit trieste dorp toe gestapt. Deze goedwillende man had slechts er enkele telefoontjes voor nodig, om uit te vinden wat er precies aan de hand was geweest. Nou, wat bleek, één of andere dood nerveuze juwelier, langs het centrale plein van Best stond uit verveling naar buiten te kijken. Daar zag hij twee mannen staan met een camera, die naar zijn paranoïde ideeën, van zijn pand foto’s maakten. Waarna hij met zweetangst onder z’n oksels de politie heeft gebeld.

Deze veldwachters meenden hiermee de gouden tip te hebben gekregen en pakten het direct grootschalig aan. Zo presteerden zij het met hun Cé-O-Cé-Ka-fantasie de politie in de Randstad van hun écht belangrijke zaken af te houden. En werden wij, zonder maar iets op onze kerfstok te hebben, in een verkeerd daglicht gezet. Zonder dat dit korps van miskleuners maar één keer sorry hebben gezegd. Ach, m’n zorg. Ze mogen mij nog steeds fouilleren. Alleen, zoenen doe ik niet.

0404

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Loading Facebook Comments ...
|
dis©laimer - Site by - Dutch Design Office