Kroondomein.com

Appie wordt nooit een kijkcijferkanon

appie

Het is toch om gallisch van te worden, zoals er in de zomermaanden eindeloos tv-programma’s worden herhaald. Ver voordat de langste dag in zicht is, geven de omroepen er al de brui aan. Maar liefst tot september menen zij geen nieuwe programma’s meer uit te hoeven zenden. Jawel, zo’n drie maanden dus. Krijgen hun kijkcijferkanonnen ook maar negen maanden per jaar betaald?  Het wordt tijd dat ook het TV-volk weer, volgens normale maatstaven, na drie weken vakantie gewoon aan het werk gaan.

Overigens heb ik niets tegen het herhalen van programma’s. Sterker nog, ik pleit zelfs voor een repeat-zender. Weer eens lekker terugkijken naar Theater van de Lach, Ha die Massa, Zo Is Het Toevallig Ook Nog Eens Een Keer en vele uren Koot & Bie.

Door mijn geklaag over zomer-TV daagde mijn vriend Dick mij uit, om zélf een sketch in de sfeer van André van Duin’s “Dag Dag Heerlijke Lach” te schrijven. Zo ontstond Appie:

Appie:
Sketch, die in de wacht- en spreekkamer van de oogarts zich afspeelt.
Personages: Appie Kruisje, een van Duinachtig type, een frivool tiepie, een lezer, een patiënte, de oogarts, een wulpse oogartsassistente en een huisschilder.

In een wachtkamer van de oogarts zitten een aantal patiënten minder vrolijk te wachten op hun beurt, terwijl de deur van de wachtkamer opengaat en Appie Kruisje binnenstapt. Appie verkeert in een wel heel uitbundige stemming. Logisch, dit is voor hem een héél belangrijk moment in zijn leven. Uiterst vrolijk groet Appie zijn medepatiënten, die minder enthousiast een knikje zijn richting in maken.

Terwijl Appie op de bank plaats neemt, hoort hij een frivool tiepie naast hem tegen haar buurvrouw zeggen: “Het is echt uitgelezen weer vandaag, vindt u ook niet”.
Voordat hier maar iets op kon worden gezegd, had Appie al het woord genomen:
“Mallerd we zijn toch lang nog niet utgelezen. We beginnen pas! Vandaag gaan we lekker allemaal lezen.”
Waarbij hij het tiepie een goed bedoeld elleboogje gaf.
Tiepie zat op zijn bemoeienis totaal niet te wachten, wat zij met duidelijke mimiek liet blijken. Een boodschap die bij Appie overigens niet overkwam. Met een blij gezicht keek hij in het rond, op zoek naar een volgend prettig contact.

Niemand van de aanwezigen draagt op dat moment een bril. Hoewel, één van de patiënten pakt een tijdschrift van de leestafel, haalt zijn bril uit een koker en begint aandachtig te lezen. Geamuseerd zit Appie hiernaar te kijken.

Appie: “U zit te lezen geloof ik hè?”
Lezer: (geïrriteerd) “Dat klopt ja! Hoe kunt u het raden?”
Appie: “Nou, het was geen raden hoor. ‘k Weet dat als iemand op zijn fiets stapt, dat hij dan gaat fietsen. Dus is het logisch, dat als iemand een leesbril opzet, dat hij dan gaat lezen”.
Met een blik vol onbegrip kijkt de lezer Appie aan. Waarna er een wachtkamerstilte volgt.

Appie zit peinzend voor zich uit te staren en begint eerst ingetogen, dan steeds uitbundiger te lachen, en zegt: “U kunt natuurlijk ook met uw leesbril op niet lezen. “Gewoon maar wat kijken zonder dat u leest.”
Lezer: “nou en, wat is daar zo grappig aan?”
Appie: “Als je op een fiets stapt moet je wel fietsen, anders dónder je om. Met je leesbril op hoef je mooi niet te lezen, want je gaat toch niet om.”

Opnieuw valt er een stilte, terwijl Appie nog na zit te gniffelen. Duidelijk verheugt hij zich op de dingen die komen gaan. Met meer dan normale belangstelling staart Appie de lezer nog eens aan.
Appie vraagt: “U kunt zeker wel goed lezen met die bril op?”
Lezer: “Uitstekend hoor”.
Appie: “En zonder bril niet?”
lezer: “Geen letter”
Appie: “Tjonge, tjonge. Nou ga ik gelukkig ook een leesbril halen, net als mijn ome Jacob.
Lezer sarcastisch: “Zo, zo, die ome Jacob toch.”

Appie was duidelijk blij met de aandacht voor zijn verhaal.
Appie: “Jaaaa, oom Jacob leest wat af tegenwoordig. Hij is gek van lezen. In zijn auto heeft hij zelfs de hoedenplank vervangen door een leesplank.”
Waarna Appie schouderschuddend om z’n eigen grap lacht. “Ja, mijn oom heeft veel plezier van zijn leesbrilletje. Net als van zijn gehoorapparaatje trouwens. Maar ja, dat hoordertje moést hij wel hebben, met al die buitenlanders in zijn hotel. M’n oom heeft namelijk een heel buitenlands hotel, begrijpt u wel?”

Lezer, toch wel nieuwsgierig naar dit onlogische verhaal: “Verstond uw oom die buitenlanders dan niet?”
Appie: “Geen woord”.
Lezer: “Maar fluisteren die buitenlanders dan zo?”
Appie: “Welnee man, ze spreken gewoon erg buitenlands. Bij mijn oom komen Engelsen die staan reusachtig Engels te praten. Daar verstaat Ome Jacob geen snars van. Ja, nu natuurlijk wel met dat gehoorapparaatje”.

De lezer haalt niet begrijpend zijn schouders op en gaat verder met lezen, tot hij bij de oogarts wordt binnengeroepen.
Uiteindelijk is ook Appie aan de beurt. In de spreekkamer treft hij de oogarts aan, met een bloedmooie assistente die uiterst sexy is gekleed. En een schilder die bezig is de spreekkamer van een nieuw verfje te voorzien. Onverstoord klaart de man zijn klus.

Dokter: “Wat mankeert er aan Meneer Kruisje?”, terwijl de arts de ziekenfondspapieren van Appie doorkijkt.
Appie: “Dokter, ik kan niet lezen”.
Dokter: “Dan zullen we uw ogen even testen. Misschien heeft u wel een leesbril nodig.”
Appie: “Dat hoop ik wel dokter”.
Dokter: “Nou ja zeg, waarom hoopt u dat? Zo’n pretje is dat toch ook weer niet?”
Appie: “Nou dokter, voor mijn verjaardag kreeg ik al een brillenkoker. Nou wil ik er natuurlijk ook een brilletje in”.
Dokter mompelend.: “Een brillenkoker. Wie geeft nou een brillenkoker zonder bril?”
Appie: “Ja dokter. Dat begrijp ik ook niet. Misschien dachten ze wel dat ik ook een bril zou krijgen”

De dokter reageert verder niet op deze vreemde verklaring. De zuster, kort gerokt, bukt op het moment dat de
Dokter Appie de vraag stelt: “Wanneer ging je voor het eerst slecht zien?”
Appie kijkende naar de gebukte zuster: “Eigenlijk nu voor het eerst dokter. Ik weet gewoon niet wat ik zie”.
Dokter: “Maar krijg je daar dan geen hoofdpijn van, mijnheer Kruisje?”
Appie: “Nee hoor dokter, alleen maar een beetje de kriebels”.
Dokter: “Nou ja goed, dan moeten we daar maar eens wat aan doen. “Vertel eens mijnheer Kruisje, welke letter staat hier?”
De dokter wijst op het overbekende leesbord een van de letters aan.
Appie: ‘k zou het niet weten dokter.
De dokter wijst nu een iets grotere letter aan en stelt de vraag opnieuw:
“Welke letter wijs ik nu aan, mijnheer Kruisje?”
Appie: “Ach dokter, noem mij toch Appie. Iedereen noemt mij Appie. Appietjuhhhhhhhhh.”
Dokter: “Nou goed Appietje, welke letter wijs ik nu aan?”
Appie: “Ik kan er nog steeds geen chocoladeletter van maken.”
Dokter: “En deze letter Appie.”
Die letter was weer een stuk groter.
Appie: “Nee dokter, ik heb echt een leesbril nodig.”
De doktersassistente bukt opnieuw om iets op te rapen. Nu echter staat zij met haar diep uitgesneden bloesje in de richting van Appie. Appie kijkt met veel enthousiasme naar haar fraaie borsten.

Dokter: “Welk cijfer zie je nu Appie?”
Appie: “Het zijn mooie rondingen dokter, voor mij is het een tien.”
Maar Appie toch. Er zit toch maar één mooie ronding in de tien?!”
Appie: “Toch zie ik duidelijk twee rondingen, dok”
Dokter: “Maar dan is het tóch een acht, Appie”
Appie: “Oké dokter een acht is toch ook al mooi?!”.
Dokter: “Nou geen onzin meer Appie. Kijk maar weer naar een letter”.
Met zijn aanwijsstok wijst de dokter opnieuw een nog grotere letter aan.
Dokter: “Welke letter is dit?”
Appie “Ik heb werkelijk geen idee dokter. Ik vind cijfers kijken eigenlijk veel leuker.”

Steeds groter worden de letters die de oogarts aanwijst. Appie weet werkelijk geen letter te noemen. De dokter raakt langzamerhand hoogst geïrriteerd. De laatste letter, een A van wel een halve meter groot, wijst de dokter aan en vraagt met overslaande stem:
“Welke letter staat hier dan, mijnheer Appie?”
Appie: “Ik heb er nog steeds geen idee van, dokter”
Dokter: “Maar je ziet toch wel die letter staan?”
Appie: “Ja zeker”.
Dokter: “Nou zeg dan Aáá man!!!”
Appie: “Oh dokter, ik wist niet dat u voor een bril, in mijn keel moet kijken”.
En Appie gaat demonstratief met hoofd achterover en mond open klaar zitten voor inspectie.
Dokter (kwaad) “Iéts moet je toch kunnen lezen, mijnheer Kruisje”.
Hij pakt woedend de kwast uit de hand van de verbouwereerde schilder en schrijft levensgroot een X op de muur.
Dokter: “Nou…., wat staat hier dan????”
Appie: “Ja, da’s niet zo moeilijk dokter, daar staat Kruisje.”
Dokter: “Natuurlijk niet man, daar staat een Ixsss!”

Appie: “Kom nou dokter, ik, zal toch wel mijn eigen naam herkennen. Daar staat gewoon Kruisje.”
Dokter: “Welnee Appie, je kan toch zeker wel lezen; je bent op school geweest?!”
Appie, nu ook aangebrand: “Nee nou zal die effe lekker wezen. “Natuurlijk niet dokter. Ik kán helemaal niet lezen. Daarom kom ik bij u een leesbril halen. En schiet alsjeblieft een beetje op, want voor zes uur moet ik ook nog een schrijfmachine kopen.
Want vanavond wil ik persé kunnen lezen én kunnen schrijven.”
 

-o-o-o-

 

Later heb ik in een overmoedige bui sketch Appie aan André van Duin gestuurd, waarop hij per kerende mail reageerde. Appie was het waard op in zijn Lach-Revue opgenomen te worden. Maar helaas, dat type shows worden er niet meer gemaakt. Nog lange tijd hielden wij digitaal contact. Maar jammer genoeg heeft mij dat nooit geïnspireerd om iets eigentijds te schrijven. Als doekje voor het bloeden is mijn Appie wel een keer door amateurtoneel opgevoerd.

0803

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Loading Facebook Comments ...
|
dis©laimer - Site by - Dutch Design Office