Kroondomein.com

Op het spoor

trein

Op Amsterdam-Centraal stapten de Haagse herrieschoppers de trein in: “Astedam Kankegstad Astedam Kankegstad” scandeerden zij in koor. Met z’n zessen namen zij de coupé voor mij in bezit. Alvorens ze gingen zitten werd het raampje opengedraaid en werd reizend Nederland nog even fijntjes verteld, hoe zij over onze Hoofdstad dachten: “Astedam Kankegstad, Amstedam is un Kakegstad.” Ze brulden het vol overtuiging en met toewijding uit.

De trein vertok. “Èndelijk zèn we ùit die kankegstad opgetief”, zei de kaalste van het stel. Een soort Meneer Bres, maar dan zo stom als Henkie zelf was, vóórdat hij aan zijn carrière in de media was begonnen. Stil in een hoekje, waardoor zij eigenlijk nog niet was opgemerkt, zat een oud, deftig vrouwtje. Een weduwe-typje, dat iets van een notarisvrouw moet zijn geweest.

“”Ach, jongeman, mag het raampje dicht. Er waait zo’n koude wind over m’n hoofd”.  “Schè ùit mevrâhtje, t’is hagtstikke ongezond om alles dich te hebbe. Mot u hier is an Gijs rùike, dan snak u wel naah frisse luch. En dan heppik me zware Weiduwe nog niet eens opgestauke, wat ik trâhwes nâh ga doen. Je zet maah een hoedje op, auma’tje”. Geschrokken hield het notarisvrouwtje wijselijk verder haar mond.

Er ging een telefoon……. “Ha die Kreilis, ben je nâh al vajje wèf gerold?, je bent ampâh een halve dag getrâhd. Wè zèn nog nie is thùis geweis; ut was trâhwes een gènig feisie. Per keâh worde jâh trâhwerèje luikâh. Volgende keâh zèn we graag weâh van de pagtè. … “. Nou, nou, jongeman”, het deftige dametje kon haar ergernis niet langer verbergen. “Wat een taal, dat kan je toch ook wel netjes zeggen”. “Hé âhd hoekhùis, je ken voâh mèn de bâht hacheilen…..”, diende hij haar even van repliek, alvorens Krelis verder via z’n smartphone de beller zoetgevooisd toesprak.  “Boud hachelen, wat bedoeld die jongeman daarmee?” “Nâh gewaun mevrâhtje, dajje z’n stront mag opvreite.”, kreeg zij willig antwoord uit Haagse kringen. De dame kromp in een.

Nu werd het mij toch echt te gortig. “Hé mannen nou effe dimmen ja?” “Jôh bal, hâhd jè je tinnifbek, die trèn is toch nie vajje; pleuâht op, naah waah je vandaan komp”. Nu speelde mijn Haags op: “Wel jè kale neit, ga jè is lekkâh die gekke kale trèitâh vajje krète, dan hebbe wè tenminste gein las meâh vajje”. “Je ken de rubberrepleures geniete”, beet hij van zich af, terwijl z’n maten in een deuk lagen. “Ja en jè de tâhtering, dan ken j’t ùitrafele”, gaf ik nog een verbaal Haags toetje.

“Krèg nâh de vinketeiring, die bal lult net zau plat Hags as wè. Ben jè een Haagse kakkâh?” “Wat wâh je weite, tuâhlijk lèpzuâhdeig”. “Hé gènig, nâh dan motte we toch nie langâh tege elkaah laupe te zèke. Ik doet wel effe ut raampie dich meivâhtje, want ut zâh wel fris zèn, zau zondâh hoed”

Toen werd het toch nog gezellig in ons compartiment. Vriendelijk groetend stapte het vrouwtje in Leiden uit de trein. Gènig wèf hè”, dat auma’tje”, sprak de kale vertederd en welgemeend.

1200

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Loading Facebook Comments ...
|
dis©laimer - Site by - Dutch Design Office