Kroondomein.com

Willem, Ça va?

Eiffeltoren

Met onze Franse vriendin Annick waren wij in haar cabrio op weg naar vrienden, aan de andere kant van de Lichtstad, waardoor wij file rijdend de Eifeltoren moesten passeren. Annick reed en ik zat naast haar, met het portierraam en het dak open. Alsof ik op een terrasje zat, had ik alle tijd om de grote stroom toeristen te bekijken.

Bij de M van Metro zag ik plots, via de roltrap, een bekend hoofd naar boven komen. “Hé Willem, gaatíegoed?,” riep ik ‘het hoofd’ tegemoet.Willem keek of hij water zag branden, terwijl onze Renault Clio met Frans kentekenplaat net stevig optrok. Totdat hij uit beeld was bleef ik uitbundig naar hem zwaaien.

De man die van kop tot teen, in die volgorde, het trottoir op steeg was een zakenrelatie van mij, in de tijd dat ik in Rotterdam bij Dagblad Het Vrije Volk werkte. Regelmatig bezocht ik hem bij zijn creatieve reclamebureau. Eenmaal weer aan het werk, ging ik natuurlijk even bij Willem een kopje koffie drinken. Opnieuw trok hij die verbaasde blik, maar nu op het moment dat ik zijn bureau binnenstapte. “Nee, jôh, verrek, krijg nou wat…, jij was het!” Willem had totdat moment de Parijse mysterie niet weten op te lossen. Weken lang heeft hij er over lopen puzzelen.

“Toen wij vanuit Nederland per trein op Gare du Nord aan kwamen, namen wij direct de Metro naar de Eiffeltoren. Voordat wij onze allereerste voet op de Parijse trottoirs hadden gezet, hoorde ik met een Nederlandse schreeuw mijn naam noemen. Om mij heen kijkend zag ik een vrolijk gezicht in een fel rode cabrio, spontaan groetend mijn kant op kijken. En natuurlijk dacht ik jou te herkennen, maar ja, door een wulpse jonge vrouw achter het stuur én een cabrio met Franse kentekenplaten wuifde ik dit als een onmogelijkheid weg. Maar wie dan wel, in hemelsnaam?!”

Willem had recht op een verklaring, die hij dan ook bij het tweede kopje koffie kreeg. Natuurlijk moest hij er hartelijk om lachen. “We hebben er heel wat over lopen piekeren, maar gelukkig hadden we in Parijs voldoende afleiding om het mysterie te kunnen parkeren. Ik moet toch effe mijn vrouw bellen…” Na van haar de hartelijke groeten te hebben gekregen, kwam er toch die ene vraag: “Maar wie was dan die leuke krullenkop in die cabrio?”

“Nou gewoon, een lieve, Franse vriendin,” antwoordde ik met een knipoog en vertrok. Willems  piekeren kon weer beginnen. Ach, over een paar weken zou ik weer een bakkie bij hem gaan doen.

0318

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Loading Facebook Comments ...
|
dis©laimer - Site by - Dutch Design Office