Kroondomein.com

Mijn vonk sprong beter over

Soestdijksekade Den Haag

Tijdens mijn middelbare schooltijd  had René Vonk onbedoeld door mij een paar grote teleurstelling te verwerken, terwijl hij eigenlijk de eerste was, die mij kennis liet maken met mijn toekomstige carrière in Dagbladland. Dit alles speelde zich rond 1963 af, het jaar dat President Kennedy werd vermoord. Zo’n halfjaartje voor deze tragische gebeurtenis, maar ver nadat ik mijn eenzijdige verkering met Willy van Grinsven op de lagere school had afgesloten, groeide mijn  interesse voor de meisjes explosief, wat kennelijk hormonaal is bepaald en in gelijke tred liep met m’n voorzichtige schaamhaargroei.

Na later in stilte mijn vrouwelijke klasgenoten te hebben gescreend, kwam ik uit op een leuk laag vrouwtje, die ik gedurende mijn L.O-studie aan de Nijkerklaan niet had meegemaakt. Het was Milly, waar ik o zo graag mee had willen lopen. Ik was echter niet manmoedig genoeg, eerder te verlegen, om haar voor mij te kunnen winnen. Maatje George, die duidelijk ook op haar viel, gooide direct al hogere ogen. Maar ja, hij werd wel een handje geholpen door zijn muziekmaatje Rinus, haar broer, waarmee hij inmiddels een leuk bandje had opgericht, The Golden Earings. “Het gaat je goed Milly!,” zette ik heel sportief haar uit mijn hoofd.

Nu was de schoolleiding mij goed gezind. Door mij een niveautje lager het volgende schooljaar in te laten gaan, werd ik de klasgenoot van Sonja Volkerak, het mooiste meisje van de klas. Nou had ik niet, net als George, een gitaar om de goeie sier te maken, maar wel mijn gevoel voor ritme en de daaruit voorkomende ritmische bewegingen van de Twist.

Mijn Twist-demo koppelde mij aan het belangrijkste vrouwtje van de klas, Inge, een mooie Indische vrouw die in al haar ontwikkelingen een paar jaar op ons voor lag én een vriendin was van Sonja. Tijdens ons schoolfeest won ik met haar de Twistwedstrijd, wat mij een behoorlijke status gaf. Let wel, op ‘Weesperstraat-niveau’; George Kooymans manisfesteerde zich toen al op nationaal niveau. Was in zwart/wit met “Please Go” zelfs op TV geweest.

Nog eens had ik mazzel, dat ik ene John met de scooter kende, waar Inge helemaal gek van was. Deze paar jaar oudere zanger van een minder bekend Haags bandje, maar wel met zijn mooie vertolking van Ritchie Valens’ Donna, wist ik listig ons schoolclubje binnen te loodsen. Zelfs voor een privéparty in te seinen, gefaciliteerd door een klasgenote, haar ouders waren een weekendje weg, die er zo graag bij wilde horen.

Uit dankbaarheid drukte John mij m’n eerste condoom in mijn handen, met de verzekering dat Sonja mijn PSU (persoonlijke uitrusting, volgens militaire termen) erg op prijs zou stellen, met Inge als bronvermelding. Pffff, ik stond op de rand van een hete zomer. Het faciliteervriendinnetje had er alle begrip voor dat Inge met John en ik met Sonja van de andere kamers van het huis gebruik wilde maken. Zonder ons werden de 45-toerenplaatjes in de huiskamer grijs gedraaid.

“Heb ik nog een rooie kop; kan ik zo naar huis?,” wilde John van mij weten. “Nee joh, jij gaat toch lopend naar huis,” stelde hij mij ook gerust. Kortom, ik had verkering met Sonja. Trots als een pauw verscheen ik met haar op een aantal feestjes. Ook bij maatje Leo, die langzamerhand aan mijn geaardheid was gaan twijfelen. “Wat een lekker wijf joh!,” fluisterde hij mij op zijn visnettenfeestje toe, achter de cafetaria van zijn ouders, terwijl ik schaamdeel aan schaamdeel met mijn meisje op Twilight Time van The Jumping Jewels danste.

Helaas heeft mijn verkering met Sonja maar vier Twistwedstrijden, inclusief de overwinning in de Boekhorststraat, geduurd. In de Heldersestraat waren we al geen koppel meer. Heb ik haar ‘terug moeten geven’ aan de vriend van de familie, wiens vader ook directeur van een fabriek was. Ach, met Sonja heb ik even de goeie sier kunnen maken.

Het was klasgenoot René niet ontgaan dat mijn verkering met Sonja uit was. Graag werd hij over details bijgepraat, eigenlijk om te weten of hij nu een kansje zou hebben. Daarin moest ik hem ontmoedigen. “Bofferd!”, gaf hij mij een por in mijn zij. “Het is toch uit!” “Ja, maar je had wel verkering met haar,” kwam het bij hem er enigszins hakkelend uit, ten teken dat hij straal verliefd op Sonja was.

Dicht bij de grote vakantie, gingen wij voor tekenles naar de Soestdijksekade, waar wij aan de kaderand de woonboten konden natekenen. Ik had helemaal niets met tekenen, maar wel de mazzel dat wij op die kade ter hoogte van Hennie, mijn nieuwe vriendinnetje, kwamen te zitten. Een katholiek meisje wiens grote vakantie al was in gegaan.

Samen met mijn Stratego-vriend Peter Vink, ja die (later) van Q65, kwam zij naar buiten. Wat voelde ik mij gelukkig met haar in mijn buurt, wat overigens mijn tekenprestatie helaas niet verhoogde. Stiekempjes wist ik haar wel te plezieren met spitsvondige tekstjes en kleffe liefdesverklaringen, wat zij voorzichtig met strelingen beloonde. Wij zaten als het ware “gelade op de kade.” “Gôh, René jij ook hier?,” vroeg zij zich verbaasd af. Al strelend hoorde zij de verklaring van René ongeïnteresseerd aan.

Terug op weg naar school kwam René naast mij lopen.”Wat heb jij met Hennie?” “Nou gewoon, verkering.”Nu al, weet zij van Sonja?” “Tuurlijk, met haar heeft ze mij zien twisten.” “Da’s nou al het tweede meisje wat jij voor mij wegkaapt,” hoorde ik met een snik, terwijl René zijn pas versnelde.

Toch heeft René het mij nooit kwalijk genomen, het meer als toevalligheden ervaren, want een half jaar later vroeg hij of ik, gedurende de kerstvakantie, zijn krantenwijk over wilde nemen. Mijn twijfel overrulde hij, met het voorstel dat ik dan ook de nieuwjaarsfooi mocht houden.

Zo kwam het, dat in 1963 rond de Haagse De Lareyweg  met de Nieuwe Haagsche Courant, mijn dagbladcarrière van 17 jaar later, toen al was ingezet.

Met dank aan René, met sorry, dat mijn vonk steeds ietsje eerder oversprong.

0816

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Loading Facebook Comments ...
|
dis©laimer - Site by - Dutch Design Office