Kroondomein.com

Van Jantje Oorlog tot Piet Hein

In Rotterdam vroeg ik het haar onder de Euromast: “Wil je met me lopen.” En sinds dat moment had ik met Truus verkering, waar nooit een einde aan is gekomen. Ook op latere datum speelde Rotterdam een heel bijzondere rol in ons leven. Als Hagenees ging ik werken bij het Rotterdamsch Nieuwsblad, onderdeel van de Haagsche Courant. Dat gelukkig wel. Ik werd advertentie vertegenwoordiger in het rayon Rotterdam Noord. Een erg leuk beroep. De winkelier kocht de advertentieruimte en ik mocht het, veelal naar eigen inzicht, met zijn aanbiedingen invullen.

Ik verkocht goed, maakte aardige lay-outs, maar was vooral bedreven in het schrijven van teksten. Vrij snel viel dit ook de concurrentie op. Het was eerst het Algemeen Dagblad, “nee dank je” en daarna Dagblad Het Vrije Volk, die mij een baan aanbood. De socialisten doken het diepst in de buidel, waarna ik voor hun in Rotterdam Zuid ging werken. Twaalf jaar later kreeg ik de kans om het mooiste onderdeel van het dagblad-vak vanuit Noord-Holland uit te gaan oefenen. Met Alkmaar als domicilie reisde ik het hele land door om bij reclamebureaus de regionale dagbladen te promoten. Truus en ik deden Den Haag, maar ook Rotterdam, alleen nog als toeristen aan.

Recent werd ik door een vriendin uitgedaagd om haar, na Den Haag, ook eens de mooiste stukjes van Rotterdam te laten zien. Met de bedoeling mij via internet te laten inspireren, kwam ik uit op stadsavonturen.nl, waar zij aanboden om in Delftshaven mooie verhalen te vertellen over hun beroemdste inwoner, Piet Hein. Bingo! Daar hoefde ik alleen nog maar een ochtendprogramma aan toe te voegen. Ik dacht terug in de tijd en kwam uit op half jaren zeventig van de vorige eeuw, toen ik in Rotterdam Zuid regelmatig de Afrikaander markt door scharrelde.

Dit eenmaal gepland had ik toevallig, het zo nu en dan contact, met een digitale vriendin in Rotterdam Zuid en vertelde haar m’n Rotterdamse plannen. “Jôh, ik woon in en werk voor de Afrikaanderwijk. Laat mij jullie hier rondleiden.” Geinig, opnieuw werd mij door FaceBook iets leuks geboden, waar ik natuurlijk ja op zei.

We spraken af in een koffiewinkeltje op de hoek van de Pretorialaan, waar recht tegenover Buiter Herenmode, uhh wel 35 jaar geleden, een goeie klant van mij was. De Afrikaander wijk heeft de vorm van een ongelijkzijdige driehoek en is onderdeel van Stadsdeel Feijenoord. Uit mijn hart gegrepen, kwamen wij heel veel kleine, zelfstandige winkeliers tegen, waarover Margreet (onze gids) veel mooie verhalen wist te vertellen.

Zo stapten we binnen bij Lasertulp, waar de baaszelf met zijn vader ons hartelijk ontving. Heel bevlogen vertelde hij hoe vier jaar geleden zijn bedrijf was ontstaan. Op zoek naar iets moois, heel decoratiefs voor aan de muur in zijn woonkamer, wist hij niets te vinden. “Dan maak ik het toch zelf” en in plaats van het altijd brekende figuurzaagje ging hij met een ‘lasersnijder’ aan de slag. Hieruit ontstond een pronkstuk waar menigeen op reageerde met ”Zo iets zou ik ook wel willen hebben.”

“Kom maar op met een ontwerp, dan maak ik voor jou toch ook iets moois,” was zijn eerste stap in ontwikkeling van de allermooiste creaties (Kijk zelf maar: www.laserstulp.nl). Inmiddels heeft hij al in 40 landen over de hele wereld zijn kunstwerken geleverd. Big Business, zou je zeggen. Nou ja, min of meer. Want JA, hij heeft hiervoor de duurste apparatuur aangeschaft, maar NEE, hij werkt alleen tussen de bedrijven door, samen met zijn even enthousiaste vader, voor zijn onderneming. Verder is hij op de universiteit aan het afstuderen op de problematiek rond de aardbevingen in Groningen. Wat een pracht verhaal gaat hier schuil achter een kleine winkelpui.

Dit was trouwens niet het enige bijzondere verhaal achter de kleine zelfstandigen in de Afrikaander Wijk, waar de sociale sector de boventoon voert. Het gaat daar niet direct om de poen, zoals destijds bij Buiter Herenmode, of Babyhuis Carolien.  Nee, een boterham verdienen en het je buurtgenoten vooral naar de zin maken, dat volstaat. Zoals de Turkse bakker, met een pracht plafond in de winkel en de ‘van-alles-winkel’ uit de Balkan, waar je ter plekke ook veel lekkers kan eten en drinken.

Met het rondzwerven kregen we heel wat aantrekkelijke verhalen van Margreet, waarvan de aangrijpende vertellingen over het geteisterde Rotterdam Zuid, tijdens de oorlogsjaren, mij heel lang bij zullen blijven.  En dan nog onze mazzel dat we ‘Jantje oorlog’ tegen het lijf liepen. In zijn garage heeft hij een kleine, maar bomvolle (misschien had ik in dit verband een ander woord moeten kiezen) verzameling attributen uit de eerste- en tweede wereldoorlog. Met een ferme handdruk beklonken wij een bezoekje in de nabije toekomst.

Nagenoeg bij het afscheid, we moesten immers naar het verhaal van Piet Hein, schoot Margreet naar de kant van de weg met: “Jullie moeten nog wel even met Nico Alblas kennis maken,” waarbij een scootmobiel onze kant op kwam. Opnieuw werden er handen geschut, van nog een Rotterdamse beroemdheid, die zijn populariteit heeft te danken aan het bergen van lachgaspatronen, waarvan hij duizenden per week met een grijper een mandje op z’n scootmobiel vult.

Graag legde hij uit hoe hij er zo toe gekomen was om hiervoor een aantal keren per week heel Rotterdam af te struinen. “Ik zag een oudere vrouw op zo’n ijzeren lachgastankje onderuit gaan, waarbij zij haar heup brak. Toen viel het mij op dat er overal van die krengen rondslingeren. Nadat ik in de WAO was gekomen hielp ik al de Gemeente Reiniging met het schoonhouden van de stad. Door die gevallen vrouw heb ik mij twee jaar geleden min of meer gespecialiseerd in de lachgaspatronen.”

Eric vertelde met veel enthousiasme over zijn onbezoldigde baan. Weet er inmiddels ook veel van. “Wist je dat de jeugd met die partydrug soms grote risico’s neemt? In plaats dat ze het gas eerst in een ballon laten lopen, om het daarna in te ademen, zijn er van die stommelingen die het rechtstreeks proberen in te zuigen. Ze kunnen daarmee hun hersens bevriezen. Zijn ze dus hartstikke dood.” Eric weet niet of dat al echt is gebeurd. “Maar in theorie kan het.” Hij heeft dan ook pamfletten bij hem, waarmee hij de jeugd op alle gevaren van het lachgas wijst.

Zijn mooie verhalen ten spijt moesten wij onze boeiende ochtend Afrikaanderwijk afronden, om een half uur later In Delftshaven alles over Piet Hein te weten te komen. Te gek eigenlijk om daar voor zijn woonhuis te hebben gestaan. Zo werd het een machtig dagje Rotterdam, met een heerlijke saté en goed glas bier als een Grand Finale. Ook hier was het voor mij terug in de tijd. Want dagbladmensen kwamen zich in Melief Bender, het oudste café -Anno1876- van Rotterdam, regelmatig laven. Natuurlijk kwam ook nu heel snel met andere gasten het gesprek op gang. “Dan had je wat met dagbladen?!” “Ja, en dat is altijd zo gebleven.” 

0519


De lachgaspatronenraper

2 gedachten over “Van Jantje Oorlog tot Piet Hein

  1. Eric Alblas

    Leuk dat ik mijn bijdrage heb mogen leveren aan dit artikel. Alles doe ik om “Mijn Stad Rotterdam waar ik van hou…” Schoon, Heel en Veilig te houden ! Vriendelijke Groet van Eric Alblas.

    Reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Loading Facebook Comments ...
|
dis©laimer - Site by - Dutch Design Office