Kroondomein.com

Krantenmagnaten

dagbladen

Aan het zomerreces van onze belangenvereniging gaat altijd een fantastische receptie vooraf, meestal gegeven in een natuurrijke omgeving. Ditmaal vond het hartje hoofdstad plaats, in de stadse tuinen van een drie sterren hotel. Ze waren er allemaal, de zakenvrienden en vriendinnen, waar we het afgelopen seizoen weer heel wat leerzame, maar vooral ook vrolijke momenten mee hebben doorgemaakt. Gek genoeg zat en kwam dit keer de stemming er maar niet in. Tot overmaat van ramp werd er zelfs geen tappie, maar een slecht gekoeld flesje bier geserveerd. Dit terwijl je, kosten technisch gesproken, de goudgele rakkers op perfect gekoelde temperatuur aangereikt had mogen verwachten. Deze extra teleurstelling deed Henk en mij besluiten vroegtijdig aan onze stutten te trekken.

“Rot op met die lauwe uilenzeik, we gaan in de stad een lekkere kouwe klets halen”. Onze keus viel op een Grandcafé, direct aan het stadspark, waar ook zalig gekookte mosselen valt te eten. Tot onze verrassing troffen we een totaal verlaten Grotekroeg aan, waarvan slechts aan de bar twee krukken werden bezet met, wat ons later bleek, het personeel zelf. Meer dan blij verrast waren wij toen we de bloedmooie vrouw achter de bar waarnamen. Bij de gedachte aan de mosselen, een slok van onze kouwe klets en zicht op de oogstrelende slokjesmevrouw, wisten we dat we die dag de juiste beslissing hadden genomen. Meer goede keuzes zouden volgen.

Met ons derde biertje voor ons, steeds door het plaatje zelf ingeschonken, verlangden we naar meer conversatie met dat lieve bierinnetje. Onze voorzichtige boom werd opgezet. Door wat grappen en grollen wisten wij haar aandacht vast te houden. Niet veel meer tappies hadden we nodig om ons baldadiger uit te laten. “Ja we zijn misschien wat ondeugend, maar weet je, we willen zo lekker mosselen eten en nu al genieten we van de uitwerking die deze Zeeuwtjes op ons zal hebben”, werd door Henkie met begripvragende ogen uitgelegd. Haar mimiek stelde ons gerust en zette zelfs een fantasierijke gedachte in werking..

“Maar…., jullie zijn toch van het gezelschap dat zo zal komen?!, zou je dan wel mosselen eten, je krijgt toch zat op de boot…”, sprak ons Godswondertje. Wij waren zo van haar onder de indruk dat, als zij vindt dat wij bij een bepaald gezelschap horen, wij dan ook bij dit gezelschap horen…. ”Maar, geef ons toch maar lekker mosselen en weet je wat, we nemen ook nog lekker Gamba’s vooraf, da’s goed voor onze potentie”. Henk was weer volop bezig met de monogamie-zelftest .“’t Zal zeker nog een kwartiertje duren, alvorens je ons gezelschap hier mag verwachten,” kwam ik de gedachte van ons Amstellientje van harte tegemoet. Inmiddels hadden haar twee collega’s de keuken opgezocht om aan onze heerlijkheden te werken. Wij deden ons in die tussentijd tegoed aan de fluitjes, het zicht op Goddelijke schoonheid en de daarbij opborrelende gedachten. We waren aan ons eiwit-tanken toe. Net toen Henkie met subtiele handtastelijkheden z’n falende zelftest wilde vieren (“Ik ben niet gevaarlijk hoor, Ik rook niet in bed”), kwamen de Gamba’s uit de keuken.

Onze beauty bracht ons naar een tafeltje en vroeg zekerheidshalve nog “of alles op de gezamenlijke rekening moest.” “Natuurlijk aardige vrouw, wat zullen wij het jou moeilijk maken, terwijl…”, poogde ik bij haar -naar bleek met succes- te scoren. Gniffelend genoten we van ons eiwitrijke voorgerecht. Met het bestellen van een volgend fluitje konden wij nog eens in alle rust van haar totale schoonheid genieten. Wat waren er in deze tent toch veel geneugten bijeen gebracht en wat konden wij natuurliefhebbers hier toch ontzettend van genieten. En omdat we dit genot op natuurlijke wijze tot ons hadden genomen, was er na de Gamba’s een sanitaire stop nodig, om het ongewenste vocht weg te wassen.

Bij terugkeer van het toilet, leek het of onze kroeg een metamorfose had ondergaan. Als bij een Surpriseshow was het ineens zwart van de mensen. Allen geanimeerd in gesprek, met natuurlijk een glaasje in de hand. Het werd feest… Even had ik nodig m’n stappersmaat in deze heksenketel terug te vinden. Gelukkig werd ik hierin geholpen door zijn gebrek aan bescheidenheid. Door een vrij grote kring omringd had hij het hoogste woord en licht ingetogen sloot ik me bij dit gezelschap aan. Een biertje had ik weer voor het aanpakken. Al gauw bleek me dat ons gezelschap van Engelse komaf was. En heel toevallig, in onze handel zat. We hadden dus veel stof tot praten.

Veel Nederlandse dagbladen passeerden de revue en onze Engelsen vrienden genoten er zichtbaar van dat wij hen zoveel over deze gezamenlijke markt konden vertellen. “Deze Hollandse kranten-kenners-bij-uitstek zijn ongetwijfeld op uitnodiging gekomen”, was dan ook de algemene veronderstelling. “Maar op uitnodiging van wie…?! “Ach wat doet het er toch toe…”, moest er Engels worden gedacht. De gekookte mosselen werden opgediend. Het Engelse gezelschap was zichtbaar onder de indruk. Met verbazing aanschouwden zij hoe wij, met een schelpje als knijper, de ene na de andere mossel verorberden. Ons lief schuimkraagje kwam ons, namens die man  dat donker blauwe hemd, nog een biertje brengen. Ons feest kon niet op.

Toen jij naar het toilet was liep hier de tent compleet vol. Bij de eerste bestelling werd door blauwhemd met een credit- card gezwaaid. Ik ben toen direct op hem afgestapt en toevallig genoeg bleek dat zij ook uit de dagbladwereld komen.Het zijn discipelen van Krantenmagnaat Robert Maxwell. Nu heeft het personeel hier zeker de overtuiging dat wij bij het gezelschap horen.Maar, het lijkt wel of deze gedachte ook bij het Engelse gezelschap post heeft gevat. Zullen we dan ook maar op die boot stappen.?!.” Henk viel niet meer te stuiten. “Op die boot?, welja, we weten niet eens waarheen of hoe lang ze rondvaren en misschien vallen we wel door de mand? “Nou, oi! So what!” Blauwhemd liet voor ons nog een biertje komen.

Toen wij het proostende gebaar zijn richting uitmaakten, stonden er veel vrolijke gezichten onze kant uitgekeerd. “Cheers!” Onze belevenis ging steeds meer op een spannend jongensboek lijken. “Oké Henk, we doen met ze mee”, besloot ik overmoedig. Henk’s grijns liep van oor tot oor. Opnieuw zochten wij het gezelschap op, nu met de bedoeling wat langer van hun feestje, vooral op hun kosten, te genieten. Het leek alsof zij beleefd hadden gewacht op het moment dat wij er klaar voor waren. Want, vrij snel daarna zochten we de boot op. Toch met een lichte brok in de keel, scheepten wij in en zochten een plaats achter in de rondvaartboot, waar wij direct gezelschap kregen van twee nieuwsgierige Engelsen, die kennelijk onze relatie tot hun gezelschap wilden uitvinden.

Met speels gemak laveerden wij door hun vragen heen en verplaatsten de aandacht naar hun Engelse krantensituatie, om die op het Hollandse krantenlandschap te projecteren. Hier tuinden zij in. Om geen slachtoffer te worden van mijn spontaniteit, had ik inmiddels wel mijn zakenkaartjes buiten handbereik weggestopt. Genoeglijk, alsof wij er bij hoorden, voeren we toeristisch de grachten door. Steeds in gezelschap van een ander duo Maxwell’s tafelgenoten. Het buffet werd geopend. Gedisciplineerd als Engelsen zijn, stonden zij in rij om een bord met lekkernij op te halen. Wij lusten inmiddels ook wel weer een hapje, te meer daar er ook op de boot een goede fluitjesmoyenne in stand werd gehouden. Cheers!

Kennelijk door het drankje-drinken, sloeg mijn verlegenheid om in lichte overmoed en wenkte ik iemand van het bootpersoneel. Hem legde ik uit dat wij Hollanders de discipline niet weten op te brengen, voor welke lekkernij dan ook, in de rij te gaan staan, zodat we overeen kwamen dat ons een minibuffetje werd aangereikt. Zo er al Engelsen in het gezelschap zijn geweest, die aan onze importantie twijfelden, het uitserveren van buffetlekkers deed elke twijfel wegnemen. Deze twee Hollanders moeten wel heel erg belangrijk zijn voor de Engelse krantenmagnaten. Hier en daar werd al gefluisterd dat zij persoonlijke relaties van Mister Robert himself zijn.

Meer dan tevreden en genietend van alles dat ons overkwam, hieven wij nog eens ons glas. Opnieuw werden we door vele blije gezichten toegedronken: Cheers! Nog steeds voeren wij heel toeristisch door de Amsterdamse grachten; zo langzamerhand al een dikke twee uur. We moesten ons eens beraden hoe wij, met het nog maar net opgebouwde respect, maar vooral zonder kleerscheuren, de boot konden verlaten.

Tot het eindpunt meevaren maakt het avontuur te spannend en brengt risico met zich mee. Tussentijds aanmeren en uitmonsteren leek meer onze positie waardig. Inmiddels stevenden we op de Singel af. Henk bedacht spontaan onze escape en wenkte een bemanningslid: “Kijk bootsman, vanavond zijn we te gast van deze Engelse dagbladmensen. Maar het wordt nu weer tijd dat ieder z’n weegs gaat. Nu we de Singel opvaren, wil ik je vragen voor ons even af te meren en ons bij Yab Yum af te zetten.”, legde hij de gewenste situatie uit. Ik verschoot van kleur. “Idioot, we motten die hele boot doorlopen. Hoe moet het ons lukken, zonder enige averij, op de kade te komen?” “Met de waardigheid van een Dutch VIP”, sprak Henk.De boot werd recht tegenover de Yap Yum afgemeerd. En Dutch VIP-waardig verlieten wij de rondvaartboot. Een enthousiast applaudisserend Engels krantenvolkje achterlatend.

Tot onze verdriet lazen wij twee weken nadien dat Robert Maxwell, tijdens een andere boottocht, over boord was geslagen. Tragisch, zo kort nadat wij hem in de boot hadden genomen.

YabYum

0899

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Loading Facebook Comments ...
|
dis©laimer - Site by - Dutch Design Office