Kroondomein.com

Het Poezenstalkertje

Poezenstalkertje

Wat moet het toch een ramp zijn, als je door een stalker wordt belaagd. Steeds maar weer het gevoel te hebben dat je wordt begluurd. De angst dat je wordt gevolgd, constant wordt gebeld of veel erger nog. Inmiddels zijn daarover al de meest dramatische verhalen geschreven. Ikzelf heb daarover een vergelijkbare ervaring, die ik niet snel wereldkundig zou maken. Nu echter mijn stalker is overleden, iets wat mij ontzettend veel verdriet heeft gedaan, wordt het toch tijd mijn belevenis aan het papier toe te vertrouwen.

Het is inmiddels drie jaar geleden dat zij, rustig op de afvalbak, mij voor de deur zat op te wachten. En ondanks de waterkou, werd ik door haar warmpjes begroet. Met staart omhoog en haar kopje reikend naar mijn hand, zocht zij mijn vriendschap op. Met wat aaien over haar bolletje verdween ik achter de huisdeur, om mijn eigen kattenbeesten te begroeten. Zoals schoonkater Moppie*, een belangrijk onderdeel van de verkregen erfenis, die zich als pokkenkat steeds socialer begon te gedragen. En natuurlijk onze eigen Jakoppie, de lapjeskat of schilpadpoesje die ons 13 jaar daarvoor als een rood katertje via de krant was aangeboden.

Toen ik de volgende ochtend opnieuw naar buiten kwam, zat m’n stalker net als de dag daarvoor, op de afvalbak om mij opnieuw te begroeten. De aaitjes over haar koppie namen nu wat meer tijd in beslag, wat zij zich heel dankbaar liet welgevallen. Sinds die tijd kon ik niet komen of gaan, of ik werd door mijn stalkertje allerhartelijkst begroet. Steeds moeilijker werd het om haar, na een aanhaalcessie, alleen achter te laten. Ik kon mij echter, met twee katten, niet permitteren haar de toegang tot mijn woning te verschaffen.

De dagen werden korter en de temperatuur liep verder terug. Om ons stalkertje verder tegen de kou te beschermen, kreeg zij een oude overkapte kattenbak, met een deken als extra warmtebron, om het voor haar in d’r nieuwe onderkomen zo behaaglijk mogelijk te maken. Iets waar zij ons steeds uitbundig voor bedankte. Overstelpt werden wij met haar kopjes, waarbij haar knormotormachine op volle toeren draaide. Wij begonnen steeds meer aan ons stalkertje te hechten.

Maar ja, Fortuynistisch gold voor ons “vol is vol”. Waterkou ging over in vrieskou, wat ons zorgen baarde. Omdat het diertje er best verzorgd uitzag ging mijn vrouw de buurt af, op zoek naar het nestje waar zij écht thuis hoort. Al gauw was dit adres gevonden, nog geen 100 meter van ons huis. Met ons stalkertje in de armen, werd op dit adres aangebeld. Haar vrouwtje deed open en verklaarde waarom er eigenlijk niet meer naar haar werd omgekeken. “Ze heet Rocky en we hebben haar al ruim 15 jaar, maar nadat ons zoontje is geboren, heeft zij zich op onze zolder afgezonderd. Sinds enkele maanden hebben wij haar niet meer gezien”.

Toen Rocky over de drempel van haar eigen woning was gezet, roetste zij razendsnel terug en werd zij opnieuw op de afvalbak voor ons huis, luid knorrend, aangetroffen. Rocky had besloten niet meer bij ons weg te gaan. Verkoos zelfs de koude winter onder de bedekte kattenbak, boven het gezin waarin zij is groot gegroeid. Zodra zij ons buiten de deur zag, begroette zij ons allerhartelijkst en konden wij net zoveel kopjes krijgen als we hebben wilden. Het leek zelfs of zij er alle begrip voor had, dat er binnen geen plaats voor haar was. Terwijl dit juist aan ons begon te knagen.

De ergste kou was uit de lucht en heel ingetogen diende de eerste kenmerken van de lente zich aan. Als altijd werd ik door Rocky bij mijn thuiskomst opnieuw allerhartelijkst begroet. Misschien al een beetje de lente in m’n bol, kreeg zij dit keer optimale aandacht van mij, wat met ultieme vrijkonterij werd beloond. Het verweekte mij, waardoor ik haar ineens niet meer alleen achter kon laten. Ik nam het willige poesje in m’n armen, opende de huisdeur en nam haar mee naar binnen.

Jakoppie scheen haar uit de buurt te kennen, want zij reageerde nauwelijks op haar bezoek en Moppie hield zich voor dat moment ook koest, om vele keren nadien, Rocky overal weg te jagen. Alsof Rocky jaar en dag deel uitmaakte van ons poezengezinnetje, wist zij binnen enkele dagen volledig haar draai te vinden. Ondanks dat we drie poezen om ons heen eigenlijk te veel vonden, hadden we ook van Rocky veel plezier. Vooral als ik ‘s-avonds m’n bed inging. Binnen de kortst mogelijke keren meldde Rocky zich dan op bed. Begon met haar pootjes aan mij te harken, zodat ik een zodanige positie innam, dat zij voluit in mijn armen kon liggen. Het liefst met haar bekkie vol tegen mijn wang. Daarbij maakte het haar niet uit dat ik ‘s-nachts veel draaide. Voor Rocky was dat slechts een kwestie van opnieuw harken, om zich zo weer in mijn armen te nestelen. Rocky lag nu eenmaal graag met mij face to face in bed.

Onze relatie was zodanig uitgegroeid dat ik geen kwaad meer bij haar kon doen en zij bijna als een hondje reageerde op mijn aanwezigheid. Niet bepaald standaard gedrag van een poesje. Waar ik alles met haar mocht doen, zat er voor mijn vrouw regelmatig een happie in. Wat overigens nog niet alles was. De momenten dat zij niet van haar aandacht was gediend, kwam heel subtiel haar rechter pootje omhoog, alsof zij wilde zeggen: “Zal ik jou eens een pets verkopen?” Een kwade gedachte die zij overigens nooit ten uitvoer bracht. Al met al was zij voor ons gewoon een heel lief poesje, met héél veel karakter, dat wel.

Zij had op vijftienjarige leeftijd besloten ons als adoptieve baasjes aan te stellen en bepaalde evenzogoed hoe ze door ons behandeld wenste te worden. ’s Nachts was ik zodanig door Rocky gedresseerd, dat er maar een beetje harken voor nodig was, om mij weer in de gewenste positie te krijgen. Nacht in, nacht uit.

Dat ons poezendametje al behoorlijk op leeftijd was, werden wij van de ene op de andere dag hard mee geconfronteerd. Rocky wilde ineens niets meer eten. Ook niet als wij de lekkerste dingen voor haar in huis haalde. Bij het aanhalen ging nog steeds direct haar knormotormachientje aan. Alleen haar brutale snuitje werd mat, heel erg mat. De arts constateerde dat haar niertjes nauwelijks nog werkte en ze daardoor zich heel misselijk moest voelen, wat verklaarde dat ze er geen hap meer in kreeg. Er bleek geen hoop meer voor ons kleine stalkertje te zijn, zodat we haar uiteindelijk in moeste laten slapen.

Overigens op de prachtige leeftijd van 18 jaar, waar wij al met al veel te kort getuigen van mochten zijn.

poezenstalkertje

n.b.: * Lees hier Moppie’s verhaal:
http://kroondomein.com/de-schoonkater/

0399

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Loading Facebook Comments ...
|
dis©laimer - Site by - Dutch Design Office