Kroondomein.com

Het land van de verbannen lach

(Impressie van een Russchische stedentrip 2008)
rusland

Eigenlijk heb ik geen idee hoe wij tot een vakantie Rusland zijn gekomen. Het dichts bij de waarheid komt onze sympathie voor de Russen, toen wij eenmaal van Hiddink’s elftal hadden verloren, tijdens de recent gespeelde Europese kampioenschappen voetbal. Samen met Dick Advocaat groeit de populariteit van Guus in Russia uit tot ongekende hoogte, wat ongetwijfeld alle Hollanders geliefd maakt bij de Russen. Een euforie die je mee wilt maken.

Hoe dan ook, de tweede zondag in september landden wij, met 20 reisgenoten, om 14:50 uur plaatselijke tijd (twee uur later dan in Nederland) in de directe omgeving van Moskou. Tegen alle voorspellingen in hadden wij snel onze koffers terug en werd ons geduld bij de douane ook niet op de proef gesteld. Met het overhandigen van het paspoort, inclusief visum, liep de nervositeit wel enigszins op. Wat wil je. De grenswachters stonden in hun verhoogd tramhuisje, waarbij jij net aan boven de rand kon kijken, met hun idioot hoge pet, je strak aan te kijken, alsof  ze “de verschillen zochten” met jouw afbeelding in je paspoort. Mijn vrouw stond dit kritieke moment als een Madame Tausaud heldhaftig te doorstaan. Waarna ook zij niets meer als een knik richting Rusland kreeg.

Tijdens de busrit naar Hotel Cosmos zochten wij gretig naar het nieuwe, rijke Rusland. Niets meer dan afbraak en flats uit de laat vijftiger jaren passeerden onze route. Alleen binnen het kriskras rijdende verkeer, waarbij alle discipline uit het communistische tijdperk was verdampt, kwam er steeds regelmatiger een knappe Amerikaan of dikke Duitser langszij. Naarmate wij dichterbij het centrum kwamen liep de kostprijs van het wagenpark aanzienlijk op. Dagen nadien, rondom het Kremlin, tot “Sky High” aan toe. De naam van ons immense hotel, met maar liefst 3.500 bedden, is een directe afgeleide van de “luchtvaartbuurt,”  waar het is gesitueerd. Met recht voor het hotel een groot park, waar Yuri Gagarin en de zijnen dagelijks worden geëerd. Meer dan het aangezicht van dit hotel, wat ten behoeve van de Olympische Spelen 1980 werd gebouwd, imponeerde ons.

Onlogischerwijs kwamen wij via de kelder met roltrap de kolossale ontvangsthal binnen, waar het krioelde van toeristen. Ons NS station Utrecht mocht willen zoveel reizigers dagelijks over de vloer te hebben. Bij wijze van babbelen dan. Heel westers waren we zo ingecheckt, waarna toch de douane-ervaring zich plots weer opdrong. De weg richting liften, van dit 26 etage hoge gebouw, werd afgeschermd door een beveiligingsbeambte met een spierwit, staal gezicht. Wij dienden vanaf dat moment telkens weer ons passeerbewijs, een soort parkeerkaart, te tonen. Zonder goeie morgen, middag en avond werden wij dan ijselijk doorgeknikt.

Vanaf dat moment werd het ons duidelijk en later overduidelijk, dat de wens tot aansluiting met het Westen, van Michail Gorbatsjov en Boris Jeltsin, bij lange na nog niet volledig in vervulling is gegaan. Rusland verkeert in het postcommunistische tijdperk, waarbij klantvriendelijk gedrag nog niet in de Russische her-inburgeringscursus schijnt opgenomen te zijn. Voorbeeldje:
’s Avonds gingen wij in de bar van het hotel nog even een biertje drinken. In gebrekkig Engels begreep onze Stalinistische ober wel dat wij een biertje wilde hebben, alleen wát voor biertje, waarvoor hij ons de prijskaart voorhield. “Doe maar een Russisch biertje uit de tap en ja, 0,5 liter”. “Maar, wat voor een biertje?” “Hè, wat voor? dat zeggen we toch: Russisch, tap en 0,5 liter”. Nog één maal werd ons, nu lijkbleek, licht stampvoetend, sissend gevraagd: “Wat voor biertje?!” Omdat ons nu woorden te kort schoten, kreeg dat Russische ettertje geen response meer en kwam hij even later hautain met de biertjes aan. Wel tegen de somma van € 7,50 per glas.

Ander voorbeeldje: Eén van de ochtenden was het restaurant ’s ochtends totaal gereserveerd voor Japanners, die Europa verder gingen afvinken. Een Russinnetje verwees voor het ontbijt naar een restaurant op de eerste etage. Mogelijk was haar tong nog niet volledig uit de vodka-narcose van de vorige avond gekomen, want  goed te verstaan was zij niet. Dus vroegen wij om een repeat…. Met ogen bovenop haar kop en met een bestraffende intonatie richting kleuters, herhaalde zij dat er dit keer op de eerste etage moest worden ontbeten. Zouden beide dienders van Cosmos in de Nederlandse Horeca willen gaan werken, zouden zij tenminste de ULHS moeten doorlopen. De Uiterst Lage Hotel School.

Met nauwelijks opgedane ervaring gonsde het toen al door ons hoofd: “Russia, Russia…, waar is jullie respect, klantvriendelijkheid en innerlijke beschaving?!” Ons driedaagse verblijf in Moskoud, bij 6 tot 13 graden Celsius, was desalniettemin een Grand Spectacle. Fantastisch om op het Rode Plein te lopen. De aflossing van de wacht bij het graf van de onbekende soldaat te zien, waarbij de militairen hun benen stap voor stap horizontaal brachten, wat doet denken aan een combi van hordelopen en karate. Apart toch, het Kremlin te bezoeken, waar dure bolides van de heren ministers, om en om met een begeleidende politieauto, stonden geparkeerd. Waar vijf Kathedralen liggen aan het Kathedralenplein. Al bekijk je maar één van die pracht kathedralen, met uitleg van een gids, dan steek je al heel wat op van de Russische kerk met haar iconostase. Dan ben je ook al happy met een kitscherige namaakicoon, die je aan je eigen verzameling kan toevoegen.

Binnen het prestigieuze GOEM warenhuis doet ogenschijnlijk niets meer aan  het communisme denken. Wat overigens niet van heel Moskou kan worden gezegd. Alleen al het verkeer levert een mix aan APK-gevoelige Lada’s met de jongst Europeaanse auto’s. Naar wij later hoorden een verkeersbeeld van de laatste drie tot vijf jaar. Heel Stalinistisch zijn de wolkenkrabbers van weleer, waar de beter gesitueerde (lees: hogere partijleden) Moskovieten woonden. Nog steeds staan er bewakers op openbare plaatsen, waar wij in het Westen totaal het nut niet van zouden zien. Bewaken zit kennelijk in elk Russisch systeem. En dan nog worden wij door de reisleiding steeds gewaarschuwd voor zakkenrollers. Vooral in de metro… Maar ja, dat geldt toch zeker voor elke wereldstad. Het is onderwereld, nietwaar?! Dan heeft Moskou toch wel de allermooiste onderwereld, met om de paar minuten vervoer van oost naar west en noord naar zuid. Alsof er in Moskous bovenwereld al niet een steeds op tijd rijdende tram, bus en trolleybus voor de Moskovieten beschikbaar is. Toch iets om jaloers op te zijn.

Maar, dagelijks valt het ons wel op hoe stoïcijns de Russen zijn, alsof lachen hen verboden is. De lachspieren hen, als onze blinde darm, op erg jonge leeftijd is ontnomen. Dit kenmerk vind je ook in alle reisgidsen terug, met de vermelding dat, als ze je eenmaal beter leert  kennen, zij erg sympathiek gezelschap kunnen zijn. Zal best, maar wij hadden totaal maar zeven dagen voor de twee grootse steden van het land. Enne, dat beter leren kennen wordt zeker later op de avond mee bedoeld, als de fles vodka op tafel komt. Tja, vodka ontspant, hoewel een Rus er kennelijk heel wat van moet drinken. Zo zag ik een jong stelletje tijdens de lunch “als drankje” een halve liter bier nemen met ieder een glaasje (driekwart colaglas) vodka. Een bestelling waar niemand van opkeek.

Onze bestelling bij dit fastfood restaurant was aanzienlijk ingetogener. Niet omdat wij geen trek hadden, maar meer doordat wij het van ons aanwijzen moesten hebben. Een drankje stond niet in het zicht, dus sloegen wij dat maar over. In hun “etalage” stonden zakjes frites, waar wij gretig naar wezen. Geheel naar Russische WYSIWYG-normen (What You See Is What You Get) kregen wij de frites, ijskoud zo vanuit de vitrine aangereikt.

Wij hadden overigens een echte Russin als gids, die heel goed Nederlands sprak, uiterst vriendelijk was, veel lachte en gevoel voor humor had. Voorbeeldje: Bij het passeren van de skischans, van de laatste Russische Olympiade, wees zij ons er op dat deze schans redelijk dicht bij rivier de Moskwa ligt, waardoor de beste Russische schansspringers nooit aan de Olympische Spelen hebben kunnen deelnemen. Hun trainingssprongen waren zóver, dat zij in de Moskwa terecht kwamen en met ski’s en al verdronken.

Met onze laatste busrit naar Hotel Cosmos werd op een heel bijzondere wijze het postcommunistische gedrag van de Rus gesymboliseerd. Een zwervende (wilde) hond had kennelijk honger. In een Stalinistisch, fiere houding (of is hier sprake van reïncarnatie?!) stond hij midden op de rechter rijstrook van de drukke Moskouse ringweg. Ondanks dat de auto’s op hem af kwamen scheuren, week hij geen millimeter van zijn plaats. Of hij keek arrogant de passanten na, òf hij viel de auto’s aan. Zover wij hem in de bus konden gade slaan, is hij in leven gebleven. Ringwegterreur van een Terrier.

Leuk is het dat wij onze dagen in Moskou door een paparazzi werden gevolgd, zodat veel op DVD is vastgelegd. Na drie dagen Moskou vertrokken wij per trein naar Sint Petersburg. Een saaie treinrit van acht uur, die wij met enige vrolijkheid in de restauratiewagen wisten te onderbreken. Rusland zou ons nog veel meer gaan verbazen. Bij het station van Sint Petersburg werden wij s avonds rond 19:30 uur opgewacht door een goed Nederlands sprekende Rus.

Een kwaliteit die wij echter slechts in kleine kring hebben waargenomen. Want in de bus deed hij namelijk geen bek open. Niets meer dan wat te pruttelen over een ander dan geboekt hotel, waar wij naar toe zouden worden gebracht, waarvan hij verder niets wist. En over een, naar later bleek, beroemde brug met paarden, die wij overdag ook nog wel zullen zien. Onbenullige teksten waarover wij in de lach schoten. Een lach die overging tot een ontaard hevig, niet te stoppen proestbui. Gevoed door de lachspierloze gids, die niet veel meer wist te gidsen dan, dat er veel auto’s in Sint Petersburg rijden en dat dit nog veel meer auto’s zullen worden. Met deze non-informatie bleef hij, voor in de bus, toch met de microfoon in z’n handen zitten. Elke aanmoediging tot verstrekken van meer informatie, van onze geduldige reisleidster, bleef steken in: “Ja, da”, afgewisseld met stilzwijgen en gemompel.

Gelukkig was het niet te ver naar restaurant Tchaikovsky, waar wij blij van de lach onze tafels opzochten. In een hoek van dit aparte zaaltje zat triest een pianist te spelen. Tot onze verbazing kwam de nietszeggende gids mee eten én hadden wij de pech dat hij bij ons aan tafel aanschoof. Beleefdheidshalve gaven wij hem aandacht, door over Rusland vragen te stellen. Een ware KGB’ er ontpopte zich voor onze ogen. “Nee, het huidige Rusland is maar niets”. Ik heb nu geen auto meer. Ja, tijdens het communistische regime reed ik, als één van de weinigen, wel auto. Was heerlijk, zonder een moment in file te komen.” Meer verklarende tekst hadden wij niet nodig. Meer aandacht was hij ons niet waard.

Ons gezelschap toonde inmiddels gepast interesse voor onze pianist, die plotseling tussen nummers door, met warm applaus werd beloond. Zijn achtergrondmuziek ging over in pianomuziek met een ware Tchaikovsky-aanslag. Ons enthousiasme zette zich om in temperamentvol geklap, op ritme van de Russische notenbalk. De stille tafel van onze Japanse zaalgenoten werd daardoor ook luidruchtiger. In Dutch Style zaten de Aziaten verbaal mee te genieten van het muzikale  optreden. Breed lachend naar pianist en Hollandse tafels. Dit alles tegen de zin in van onze KGB-gids die, zonder één woord te zeggen, onze tafel horkerig had verlaten. Hij had zich bij de uitgang geposteerd, waar hij te kennen gaf dat het Hollandse gezelschap hem onmiddellijk moest volgen. Wij, volledig vrij van welke communistische pressie dan ook, negeerden de KGB om onze pianist tot een nog grotere hoogte op te jagen. De muzikant had de avond van zijn leven. Zo ook de totaal losgeslagen Japanners. Uiteindelijk verlieten wij in feeststemming (het aanbevelenswaardig) restaurant Tchaikovsky. Hartelijk uitgezwaaid door de feestvierende Japanners.

Eenmaal bij Hotel Alexander Platz ingecheckt gingen wij in directe omgeving op zoek naar enig vertier. Het tegenoverliggende supermarktje, 24 uur per etmaal open, had niet ons gewenste wijn of biertje koud liggen, zodat wij het in de kroeg op de hoek wilde zoeken. In een nagenoeg lege zaak, met 2 stelletjes ergens aan de muur geplakt, speelde een gitaarspelende zanger zijn toppers. Wij werden door een jonge Russin tegemoet getreden. Natuurlijk verstonden wij geen woord van datgene zij zei, wat wij met gebarentaal kenbaar maakten. Uit niets bleek dat wij desalniettemin welkom waren. Eerder dachten wij in een besloten club terecht te zijn gekomen, zodat wij vertrokken.

rusland's armoede

Daardoor bezochten wij, nu iets minder kritisch, nogmaals het dag-en-nacht-kruideniertje, wat nu meer op een ontmanteld Politburo leek. Wij werden verre van ‘met open armen’ ontvangen. Sterker nog, de baaslijkende boy keek ons zo intens vol haat aan, dat wij, met net aan gekoelde biertjes, graag het pand wilden verlaten. Nu nog staat die KGB-blik op mijn netvlies gebrand. Hoe bedreigend kunnen Russen anno 2008, weliswaar in eigen land, nog zijn?!

Sint Petersburg lijkt het communistische bolwerk van de eenentwintigste eeuw. Historisch en cultureel gesproken is deze, grootste miljoenenstad van noordelijk Europa, natuurlijk een fantastisch oord. Aan fraai aangelegde brede grachten liggen heel wat historische panden mooi te zijn. Is de Petrus- en Paulusvesting met ondermeer de graven van Tsaar Peter de Grote en de Romanovs, een op en top bezienswaardigheid. Raak je betoverd van de sprookjesachtige Bloed Kerk. Geniet je van de pittoreske boerenmarkt, waar alle producten uit alle voormalige Sovjetrepublieken liggen uitgestald.

Dertig kilometer buiten de stad vind je het Peterhof, het Versaille van het oosten, waar een rondgang door de zomerresidentie van Tsaar Peter I, je een beeld geeft van alle pracht en praal uit vervlogen Tsarenjaren. Het culturele hoogstandje vind je natuurlijk in de wereldberoemde Hermitage. Vooral doordat wij met een hoog geschoolde gids, met minimaal universitaire opleiding in kunstgeschiedenis, de rondgang deden, kregen wij de meest mooie uitleg over aller handen beroemde schilderstukken, van Rembrandt tot Monet. Sint Petersburg is prachtig!

Onze tweede gids, die zelf zegt de beste van Rusland te zijn, heeft (on)vergetelijk veel interessante informatie over stad, historie en cultuur boeiend en humoristisch over ons Dictatorientje uitgestrooid. Maar ook zij had zo haar Russische gebruiksaanwijzing. Want, omdat zij bij onze reisleidster niet bekend was, ondanks dat zij onder meer Ruud Lubbers ooit heeft rondgeleid, was zij niet de eerste keus voor het gidswerk in en rond Sint Petersburg. Uit ervaring had de reisleidster namelijk haar voorkeur uitgesproken voor Liliya, waarmee zij eerder een trip had gemaakt. Dat bleek Ella, onze toegewezen gids, te weten, wat haar helemaal niet aanstond. Hierdoor was er direct al een spanningsveld tussen onze reisleidster en de Russische gids. Dat dit meerdere momenten van de dag waarneembaar was, mocht niet genoeg zijn. Heel gênant speelde Ella het in ons bijzijn nog eens op, bijna stampvoetend (waar heb ik dat meer meegemaakt?!), blosjes op de wangen en de ogen boven op haar hoofd: “Ik ben geen stomgegik.” Alsof dit bij ons aan de orde was.

Hoewel, een beetje stomgegik was zij toch wel. Want het is toch raar dat je, in het kader van corrupt Rusland, ook nog eens door de tourbusmicrofoon meldt dat je voor Intours werkt en zwart wordt uitbetaald ?! Buiten haar onmetelijke kennis in cultuur, historie en filosofie was zij ook een vrouw (30) van deze tijd, die geen enkel blad voor haar mond nam. Vandaar dat zij met zoveel gemak het grootste probleem van de Russische economie, de corruptie, ter sprake bracht. Ons wees op een groot flatgebouw, omringd door de duurste bolides, vol met Russische Maffia.  Dat zwartwerken gemeen goed is en de inflatie van de Roebel tenminste op 14% zal uitkomen.

Maar ook het verhaal dat een politieagent, bij zijn sollicitatiegesprek vele Roebels over tafel moet schuiven, om te worden aangenomen. Die investering verdient hij in functie met alle gemak weer terug. Langs de weg bekeurt hij gewoon bestuurders van ongewassen auto’s, of die in het handschoenenkastje medicijnen van over de datum hebben liggen. Een politieagent bekeurt niet officieel, maar onderhandelt op de achterbank van zijn dienstauto. Op alles weet een Russische agent je te bekeuren. Op alles valt er dan te dealen.

Ook aan den lijve maakten wij het postcommunistische Rusland in Sint Petersburg mee. Zoals de avond dat ons 3-gangenmenu uit 2 gangen bestond. Met het ronddelen van een simpele versnapering uit eigen middelen, deed onze klantlievende reisleidster haar relaas: “Ik heb bij het hotel er op aangedrongen dat wij recht hebben op een toetje. Hiervoor werd ik doorverwezen naar Intourist, die mij weer doorverwezen naar Moskou. Totaal heb ik bijna een uur aan de telefoon gehangen, heb het pleidooi niet gewonnen, maar morgen volgt er ijs op het menu.”  Een ovationeel applaus werd haar deel. Niet om dat ijsje, maar omdat het haar opnieuw was gelukt, haar groep te geven waar het recht op heeft. Een strijd die zij menigmaal heeft moeten leveren.

Ook moest onze Riny klantonvriendelijk gezever vanuit het Russische systeem pareren. Voorbeeldje: Hotel Alexander Platz heeft totaal 42 kamers, maar een ontbijt- en dinergelegenheid met een capaciteit voor slechts 30 personen. Nu is hun liefste wens, of misschien wel gewoonte, dat je ’s ochtends het ontbijt vliegensvlug naar binnen propt om zo snel mogelijk weer plaats te maken. Een ontbijtcessie-estafette als het ware. En dat deden wij niet. In alle rust, zoals dat hoort, ontbeten wij. Wij namen hier, pak weg, een half uurtje de tijd voor. Hier was het personeel van Hotel Alexander Platz niet van gediend en diende bij Intourist een klacht in over het ongewenste gedrag van die Hollanders. Onze reisleidster heeft het personeel toen haarfijn uitgelegd dat het niet aan ons, maar aan hun capaciteitsprobleem lag.

Naast Dick Advocaat en Guus Hiddink heeft opnieuw een Hollander, in dit geval onze Riny, de Russen geleerd dat door hun het spelletje anders gespeeld moest worden. Er moeten echter nog heel wat Hollanders op staan, om de Russen langs de commerciële weg aan het handje mee te nemen. Want daar begrijpen zij nog helemaal niets van. Dat blijkt ook uit het feit dat in het merendeel van de winkels, uitsluitend met Roebels kan worden betaald. Terwijl Roebels, met een inflatie van 14%, jaarlijks steeds minder waard worden en onze Euro het meest stabiele betaalmiddel van de wereld is. Maar ja, loondienstslaven in Russia zou het gemakshalve een zorg zijn. Zij zitten niet te wachten op die ingewikkelde omrekenformule met een deling van 0,034. Daardoor hebben wij toeristen direct in de gaten wie er voor zichzelf werkt. Want die zelfstandigen pakken maar al te graag onze euro’s aan.

Met de servicegevoeligheid van werknemers lijkt het niet anders te zijn, zoals wij dat ook al bij klant(on)vriendelijkheid hebben waargenomen. Voorbeeldje: Wederom het personeel van Hotel Alexander Platz betreffende. In de loop van onze laatste avond in Rusland, wilden wij met de hele groep samen, in het 24 uur per etmaal open zijnde hotel,  gezellig iets drinken. Hiervoor werd in de ontbijt- dinerruimte door ons tafels en stoelen voor een prettig samen zijn tijdelijk geherrangschikt. De toch al niet te warme blikken van het personeel, kwamen daarmee direct rond het vriespunt uit. (Hoe bedoel je: “Ha, onze gasten gaan er een klein feestje van maken, waar wij lekker aan kunnen verdienen?!”)  Wat zich toen afspeelde tart elke beschrijving en zal mij voor eeuwig mild doen zijn, voor de slechte Nederlandse kelner met zijn fnuikende tekst “M’n collega komt zo bij u”.  Hoeveel erger kan het zijn.

De PC-spelletjes spelende receptioniste van het hotel werd uit haar naastgelegen ruimte opgetrommeld om de bestelling op te nemen. Met de aanblik van twintig dorstige klanten viel haar kennis van de Engelse taal tot enkele woordjes terug. Haar collega achter de bar, op drie meter en gehoorafstand, sloeg het schouwspel met een gastvrouwverstikkende blik interesseloos gade. Onze reisleidster nam omwille van bespoediging opnieuw het voortouw. “Op welk kamernummer kan de bestelling?” “Iedereen rekent straks direct en apart af.” “Kan niet” “Moèt!” “Dan neem ik de bestelling per kamernummer op.” Omdat het hier leek op gebrek aan een gave tot het tonen van eigen initiatief, ook één van de kenmerken van het postcommunistische tijdperk, gaven wij ons aan deze tijdverslindende vorm van bestellen over.

Ruim een kwartier later wist onze gastvrouw dat wij acht biertjes, vier rode wijn, zes witte wijn en twee cola hadden besteld, volledig naar kamernummer uitgespitst. Zij toog naar haar collega aan de bar, overhandigde de bestelling en nam een welverdiende rustpose aan. Nu was het aan de barjuffrouw om haar administratie op orde te brengen. Zonder maar één consumptie door te laten komen, werd buiten ons zicht de order boekhoudkundig verwerkt. Gelaten wachtten wij af. Op de meest inefficiënte wijze werd, met een maatbeker, glaasje voor glaasje de wijn ingeschonken en uitgeserveerd. Dit vakwerk eindigde bij de levering van niet ontkroonde flesjes bier. “Vasje zdarov’je!”

De receptioniste kreeg niets mee van onze poging “Proost!” te zeggen. Zij was weer volledig door haar PC-spelletje in beslag genomen. Intussen hadden wij, nog steeds goed geluimd, onze reisleidster verzocht onze spelletjesreceptioniste een goed Hollands gebruik uit te leggen. “Als wij ons bierflesje horizontaal op tafel leggen, willen wij graag nog een biertje”. Nou, als dat geen koopsignaal is…. Met vernietigende blik werd er voor de horizontale flesjes remplaçanten ongeopend op de bar gezet. Glaasjes wijn gingen wij toen maar zelf bij de barjuffrouw, met aanwijzen van wijn en kamernummer, ophalen. Ook hebben wij hun doelloze nacht van open zijn, niet willen verstoren en brachten wij, voor het naar bed gaan, zelf onze lege fust naar de bijkeuken. Ongetwijfeld heeft de lachspierloze barjuffrouw hierover in zichzelf moeten grinniken, wat bij het ontbijt haar gezicht lekker had opgehaald.

Zeven dagen Rusland, wat een fantastische belevenis. Daarbij kan ik het niet nalaten een vergelijkend warenonderzoek te houden, waarbij Rusland in menselijk opzicht, in mijn optiek, nog volledig in embryonale fase verkeert. Toegegeven, in die paar dagen zag ik (georganiseerd) bij lange na niet wat er in Rusland valt te zien. Maar misschien toch wel de meest geciviliseerde steden.

KGB Supermarkt

-o-o-o-

Moskou 2008 RodePlein1008

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Loading Facebook Comments ...
|
dis©laimer - Site by - Dutch Design Office