Kroondomein.com

Het kan niet beter

Kroondomein

Ik zou eigenlijk ook dat gekke kleine negermannetje op mijn schouder willen hebben: “zoenen, zoenen, zoenen…” Dat lijkt mij zo’n lekker vrolijk moment, waarbij ik die aanmoediging tot zoenen op mijn leeftijd, maar laat voor wat het is. Het is mij meer te doen om wat dat mannetje doet, om mij er toe aan te sporen het lekker ongedwongen naar m’n zin te hebben.

Daar gaat het mij om, want te vaak is dat ongedwongene er niet meer bij. Het is vandaag, zoals te vaak in het weekend, voor mij weer zo’n radeloos moment, dat ik te beroerd ben om uit mijn kop te kijken. Iets wat mij dan weer lusteloos maakt, terwijl ik hulpeloos toezie hoe de klok het ene naar het andere uur van mijn weekend weg tikt. Om onfris en nog steeds dodelijk vermoeid de nieuwe werkweek in te worden gepletterd. “Hoe gaat ie?”, is de meest gestelde vraag die ik dan weer ga tegenkomen, waarbij ontegenzeggelijk veelal de vraag met échte interesse is gesteld. “Het kan niet beter…”, is inmiddels mijn standaard antwoord geworden. Waarbij ik dan wel, bij de ècht geïnteresseerden, na “da’s mooi!”, toevoeg: “..…en dat is tegelijk het probleem”. Daarmee is je gesprekspartner op het verkeerde been gezet en lacht. Lollig de vraag afdoen, is nou precies wat ik er mee wil bereiken. Uiteindelijk wil je niet altijd over jouw kop tegen andermans kop lopen zeiken. Daarmee prijs je jezelf uit de markt, zeker als je voorheen altijd wel iets lolligs had te melden.

Daarom vind ik het zo jammer, dat onze Schepper nooit affiniteit met de autobranche heeft gehad, waardoor hij nimmer op het idee wist te komen dat bepaalde verborgen mensgebreken, met uitslaande naaldjes via een op het voorhoofd geplaatst dashboardje, zichtbaar gemaakt zouden kunnen worden. Zou mijn instrumentarium dan worden afgelezen, kan ik altijd nog zeggen: “Ach, dat valt best wel mee”. Maar eigenlijk gaat het om de momenten dat het “best niet meevalt”. Juist dát kan ik niet verwoorden, ondanks dat mijn vingers redelijk gretig het toetsenbord kunnen beroeren. Hoewel ik moet toegeven dat ik steeds minder productief een Kroonjuweeltje bij elkaar weet te vingeren. Voor mijn gevoel glijd ik daarbij steeds meer af tot het hoofdredacteurtje uithangen van de rubriek Poespas en Blaf zelf!, binnen mijn eigen Kroondomein. Dat bevalt mij natuurlijk niet en dat wil ik zien te veranderen.

Daardoor kwam het bij mij op om, als vervolg op mijn kroonjuweeltje Mag Leien toch weer eens over mijn fysieke omstandigheden te schrijven. Heel wat digitale proppen papier zijn, na dat voornemen, al de prullenbak op mijn bureaublad ingelazerd. Rot op met dat chagrijnige zelfbeklag. Toch kwam steeds weer dat vrolijke negertje op mijn schouder zitten: “schrijven, schrijven, schrijven…” In plaats van zoenen, zodat ik door deze aansporing mij dan geen oude viezerik behoef te vinden. Maar ja, het wil maar niet lukken, zonder dat het slechts gezever wordt. Opnieuw ben ik weer achter m’n PC gekropen, heb voor de inspiratie een biertje gepakt en lekkere muziek op gezet… Kortom, het sfeertje is er. “Schrijven, schrijven, schrijven”, klinkt het van mijn schouder. Dit brengt mij op het idee om zijn stimulatio zo luchtig mogelijk digitaal door te willen geven aan een vriendin.

Geen vriend, want wij mannen lullen daarvoor te rationeel.Maar ja, hallo daar, een vriendin?! En dan ook ineens van je schouder (denken te) horen: “zoenen, zoenen, zoenen,” zeker . Zal mijn vrouw leuk vinden?! “Fictie, man fictie…” hoor ik met een Surinaams accent door mijn operatief verkloten kop doorklinken, waarmee de koppijn zich vermild. “Weet je wat nou zo ellendig is Digitruida”, in gedachte heb ik al twee A-viertjes aan mijn vriendinnetje weggeschreven, “mijn koppijn en duizeligheid is áltijd aanwezig. De ene keer erger dan de andere keer. Dat ligt aan het weer, misschien. Of, het ligt aan de mate waarin ik er weerstand tegen weet te bieden?!”. Ik kots mijn gevoelens van dat moment er ongedwongen uit.

Het is mij gegeven, om uit mijn hoofd zo vreselijk veel leuke gedachten te halen. Wat overigens voor mij reden is, het onzin te vinden dat, kennelijk minder humoristische mensen, het verwijt kunnen maken, dat “je lacht om je eigen grap”. Want ja dat doe ik…, maar mag ik alsjeblieft, want op het moment dat ik de grap vertel, hoor ik ‘m zelf óók voor het eerst?! Minder humoristische mensen zijn, denk ik, ook meer de moppentappers. Daarom ben ik er bijna apetrots op, dat ik geen mop weet te onthouden. Of is dat mijn eerste vorm van Korsakov?!

Maar ja, terug naar het aangehaalde fysieke probleem, want dat tergen in mijn kop houd mij van lekker onbevangen schrijven af. Iets wat ik toch zo graag doe en is uiteindelijk mijn Kroondomein uit voortgekomen. Toch mag ik nog van enig geluk spreken. Want, ook onder deze gedevalueerde fysieke omstandigheden, kan ik nog steeds foutloos van muziek genieten. Al zou het knoert hard zijn. Hoezo hoofdpijn? Tja, dat wel, maar anders en niet uit te leggen. Daarbij is het heel lullig, dat ik minder de behoefte heb, er zelfs tegen op kan zien, om mijn sociale leven goed te onderhouden. Met koppijn je familie of vrienden opzoeken is dan een echte opgave. Zeker op verjaardagen, die zich in een huiskamerkring afspelen.

Gelukkig kent mijn meest intieme familie en de besten onder mijn vrienden de fikse hobbel, die ik moet nemen. Daardoor wordt uit die hoek, door mijn teruglopende initiatief, meestal het voortouw genomen. Zodat ik én blijf squashen én blijf wandelen én samen lol blijf maken. Ook zo nu en dan aan de bar is het juist de gein dat het kleine negertje op mijn schouder mij, onder mijn vrienden, vaak tot lol maken weet aan te sporen. “Lachen, lachen, lachen”.

Frank en vrij razen dan de grappen en grollen, ergens vanonder mijn hersenpan, door mijn eigen gebit naar buiten. Jemig, ik zie nu, dat het schrijven weer ‘een beetje’ is gelukt.

1104

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Loading Facebook Comments ...
|
dis©laimer - Site by - Dutch Design Office