Kroondomein.com

Heen met de auto. Terug op de brom.

linke handel

Lex was nou niet bepaald m’n bloedgabbertje, daar was hij toch te veel anders voor. Gewoon, meer door de wol geverfd. Een jongen die alleen maar van stappen hield, graag met wat oudere vrouwen omging en het met de waarheid niet zo nou nam. Maar lachen kon je met hem. Daarom trok ik toch graag, zo nu en dan, met hem op. Waar we ook kwamen, Lex was overal de getapte jongen. Goed gebekt en altijd in voor een geintje. Ooit mocht ik hierbij een van de hoofdrollen vervullen….

Het was woensdagavond, ik had net gegeten, toen Lex belde: “Arnold wil jij even een Fiatje 850 voor me verkopen. Ik weet een opkoper die wel interesse heeft, maar die bezworen heeft van mij nooit en te nimmer meer een auto te kopen. Als je naar mij toe komt, vertel ik je wel hoe of wat.” Ik een auto verkopen???!!!, Mooi niet, daar heb ik helemaal geen verstand van, dus bedankte ik voor de eer. Toch zat ik een half uur later met Lex de details door te nemen.

“Weet je het is een puntgaaf autootje, tenminste op het oog, met alléén wat probleempjes aan het gesloten koelcircuit. De motor kookt al na een paar kilometer, maar da’s waarschijnlijk een kleinigheidje.“, prees de begenadigd charlatan zijn Fiatje 850 aan. “Een uitgelezen karretje voor Toon de Tiller, die geeft er zo maar acht meijertjes voor. Want echt, die heeft geen hout verstand van auto’s. Voor hem is het alleen maar handel. En weet je, ik moet zo snel mogelijk van die spijkerbak af”. “Zal best, maar ik heb nog nooit…” Lex onderbrak mij abrupt. “Maakt echt niet uit, ik heb alles al voorbereid. Vanmiddag was ik bij Nelis, een vriendje van me, die heeft een garagebedrijf waar Toon de Tiller altijd komt om advies te vragen. Juist toen ik met Nelis de deal maakte, dat we Toon dit barrel in z’n maag zouden splitsen, kwam de Tiller binnenlopen.” “Ha Toontje, jôh , ik heb me nou toch een knap karretje voor weinig.” ” Van jou koop ik helemaal nooit meer Lexie. Op dat half gare Opeltje van je heb ik genoeg moeten toeleggen”. “Zelf verkoopt hij aan particulieren het meest grote tinnef”, legde Lex mij verongelijkt uit en vervolgde: “Ik zet er zo maar een meier op Toontje, dat ik binnenkort weer een wagen in je maag splits.” De Tiller ging graag op mijn weddenschap in, zodat ik nu binnen een maand een wagentje aan ‘m moet slijten”, briefde Lex, om mij tot handelen aan te sporen.

“Nou verwacht die lijer natuurlijk niet dat ik hem direct al vanavond ga pakken”, vervolgde Lex zijn betoog. “Met Nelis heb ik afgesproken dat hij twee geeltjes krijgt, als hij mijn Fiatje aanprijst. Toontje koopt namelijk nooit een auto zonder eerst bij hem langs te gaan. Hier heb je het telefoonnummer van de Tiller, hij woont in de Torenstraat. Als je hem nu belt, kan je straks nog bij hem langs. Verpats je die wagen, zit er voor jou natuurlijk ook een aardig centje aan vast. Van de Torenstraat naar de garage in de Uilebomen was maar een kippeneindje, waarvan de motor niet kon gaan koken. Als daar dan nog eens wordt gezegd dat het Fiatje een geinig wagentje is, kan er toch weinig fout gaan? Mocht het nou toch mis lopen, zit ik verdekt opgesteld in het kantoortje achter in de garage”, waren de laatste aanmoedigende woorden van Lex, die mij deden besluiten op dit spannende avontuur in te gaan.

Goedenavond met Arnold spreekt u, ik hoorde dat u auto’s opkoopt, klopt dat?”, trok ik telefonisch de stoute schoenen aan. “Wat heeft u te koop?”, was het vrij gretige antwoord aan de andere kant van de lijn. “Voor mijn werk moet ik heel onverwachts voor minstens een jaar naar Duitsland. Nu heeft mijn vrouw haar eigen autootje, een Fiat 850 van zes jaar oud, die moeten we nu zo snel mogelijk kwijt. Daarom vraag ik er maar  f. 1100,= voor. Heeft u belangstelling?.” Kennelijk sprak mijn verkoopmotief de Tiller aan, want ik kon direct met het Fiatje naar hem toekomen, Torenstraat 852, eerste flat aan je rechterhand.

Twintig minuten later kondigde ik mij via de intercom aan. “Ik kom direct naar beneden.” Met bonzend hart wachtte ik af. Algauw kwam er een wat smoezelig, magere vijftiger op mij af. “Is die het?”, liep hij, al wijzend op mijn koopwaar toe. “Klopt, ga maar achter het stuur, dan maken we even een proefritje”. De man gaf hieraan gevolg en startte de wagen voor de alles bepalende beproeving. “Ik rijd wel even langs mijn garage, als je het goed vindt?”, sprak de spichtige man al, nadat wij nog maar drie kruispunten hadden gepasseerd. Inmiddels volledig in mijn rol maakte ik gespeeld bezwaar tegen dit onverwachte uitstapje: “Oké, maar het vraagt toch niet te veel tijd?, want ik heb vanavond nog heel wat te doen”.

Volledig volgens het voorgehouden scenario reden wij richting Uilebomen, om na enkele minuten de garage binnen te draaien. Mijn aspirant-koper liep kritisch om de Fiat 850 heen, wat duwend en trekkend aan het dakgootje, wat schoppend tegen de banden. Van gemis aan kennis van zaken bleek mij tot dat moment niets, wat de spanning deed oplopen. Toen de baas van de garage ook zijn belangstelling voor het karretje kwam tonen, bleek mij al gauw dat hij inderdaad voor die twee geeltjes volledig op mijn hand was.“Wat denk jij Nelis?”, vroeg Toon de professionele mening van de garagehouder. “beschaafd auto’tje,” kwam er als betaalde recensie uit. “Hoe is de reserveband?,” verviel de Tiller in details. Min of meer opgelucht dat de auto door de selectie was, gaf ik enthousiast te kennen dat de reserveband een prima thuiskomertje is. “Laa’s kijken dan?”.

Ik schrok mij te pletter, want dit detail was vooraf niet doorgenomen. Weet ik veel waar ik dat reservewiel moest vinden… Net toen ik hierover weerloos een bekentenis wilde doen, dook Nelis de auto in en sprong de neuskap open. Nog was het gevaar niet geweken, want nu staarden we een lege kofferbak binnen. Ik voelde mij langzaam de grond inzakken. “Waar is dat reservewiel dan?”, vroeg De Tiller verbaasd. “O jee, ja mijn vrouw heeft dat natuurlijk wel verteld, maar ik vergat zeker weer te luisteren. Ik had weer heel andere dingen aan m’n hoofd.”  Toen ik zag dat mijn verweer zonder enig wantrouwen werd aanvaard, fantaseerde ik er verder op los: “Ze zal wel een lekke band hebben gehad en staat haar reservewiel bij Fiat dealer Van Dijk. Weet je wat, ik laat honderd gulden van de prijs vallen, betaal je nog maar een rooitje. Bel jij morgen Van Dijk, kan je zo voor weinig het reservewiel ophalen”.

Toon de Tiller was duidelijk gecharmeerd van mijn voorstel. Zeker toen betaalde Nelis goedkeurend op mijn voorstel reageerde, was de opkoper volledig door de bocht. “Oké, schrijf maar een kwitantie uit, dan halen we bij mij thuis het geld op.” Verdoofd door succes, schreef ik heel plichtmatige de kwitantie uit, waarop ik ook mijn privé-adres moest noteren. Om geen argwaan op te roepen toonde ik de kwitantie te samen met mijn rijbewijs. “Laat maar zitten jôh, ik heb toch geen bril bij me.” Ik kon mijzelf, over mijn laatste eerlijke handeling, wel voor m’n kop slaan.

Eénmaal in de Torenstraat teruggekeerd en Toon even geld ging halen, veranderde ik als den donder het opgegeven huisnummer van 81 in 184, om even later de kwitantie voor het begeerde briefje van duizend te verruilen. Met een leuk honorarium op zak, hebben Lex en ik die nacht ons wapenfeit uitbundig in de Haagse binnenstad gevierd. Na dit feeststappen ging ik vroeg in de morgen naar huis. Liftend, omdat ik niet meer tot rijden in staat was. Heel netjes werd ik in kennelijke staat, nota bene achter op een bromfiets, thuis afgezet.

Ver in de ochtend werd ik door mijn baas uit bed gebeld. “Uh sorry, ik neem alsnog een vrije dag”. Eenmaal weer volledig bij mijn positieven, stond mij de vriendelijke bromfietser, die mij netjes had thuis gebracht, weer voor ogen. De volgende ochtend kreeg ik over mijn vermoedens heel discreet de bevestiging, “Ja, toen ik naar m’n werk ging, gaf ik jou een lift naar huis. Maar denk er aan, mondje dicht,” sprak mijn wat oudere collega mij vaderlijk toe.

0702

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Loading Facebook Comments ...
|
dis©laimer - Site by - Dutch Design Office