Kroondomein.com

Een heilig kruisje

St Theresiakerk

Meneer Pastoor van de hedendaagse R.K. Kerk aan de Haagse Apeldoornselaan hoek  Dierenselaan, zal er nooit iets van mee hebben gekregen. Tenminste, als er van het ‘broekje in de bosjes’ geen liedje is gemaakt, zoals destijds wel door Gerard Cox van ‘het broekje in de branding’ werd gedaan. In een Roomse Kerk vol tradities zou het zomaar kunnen, dat er rondom mijn jongensslipje, wat eind jaren vijftig zomaar uit de lucht kwam vallen, een ritus is ontstaan. Dat daardoor de ‘Sint-Theresia’ misschien wel een bedevaartsoord is geworden. Oké, die gedachte komt wel heel dicht bij zelfverheerlijking. Ik herpak mij.

Maar ja, die plotselinge verschijning van een jongensslipje moet in het Bisdom Rotterdam, waar Den Haag onder valt, zeker in die tijd een angstaanjagende gebeurtenis zijn geweest. Terugkijkend kan het toch niet zo zijn, dat daar toen al de Pipegate, of wel het kindermisbruik, aan het licht kwam en door het wegkijken geen grotere vormen heeft aangenomen?! Dat valt moeilijk te geloven. Sterker nog, daarover kan ik ruim een halve eeuw later wel iets opbiechten:

Het was ten tijde van de Katholieken elastieken en Protestanten olifanten. Door geheel buitenkerkelijk te zijn, was ik eigenlijk niets. Wat dan weer niet kon, wat mij in de hoek van de olifanten dreef. Toen mijn petje naar binnen waaide, was ik in die tijd slechts één keertje in de kerk. Tenminste, als ik niet de keren meereken, dat ik met mijn buurtvriendje meeging en achter in de kerk bleef hangen. Die bezoeken hadden niet meer dan een sociale betekenis.

Mijn maatje was katholiek en moest van zijn ouders naar de kerk. Nou ja moest; hij werd er letterlijk naar toe geschopt. In die tijd heel gewoon, omdat de wreedheid uit het Oude Testament  toen nog regelmatig voorkwam. Omwille van een vriendjesdienst  ging ik daarom mee.

Veel heb ik er niet van opgestoken. Misschien wel eigen schuld, want terwijl mijn vriendje ergens voor in de kerk een stukje kroepoek ging halen, bleef ik toch achterin staan. Nam tussentijds een vingerbadje in het wijwater, een kwajongensstreek waar ik mij nooit bezwaard over heb gevoeld. Anders lag dat bij mijn actie direct buiten de kerk.

Hét kwam als jonge jongen nog wel eens op als poepen. Letterlijk gesproken. Daarvoor wilde je niet altijd je buitenspeelpleziertjes direct opgeven en keutelde je in je broek, waarbij de kak in het kruis en in de drollenvanger werd opgevangen. Niet dat ik thuis de Oude-Testament-wreedheid  mocht verwachten, verre van, maar door schaamte over m’n poepbroekje durfde ik ‘m niet tussen de vuile was te verstoppen. Ik ging er mee aan de wandel, wat misschien wel de basis heeft gelegd van mijn voorliefde van de wandeltochten.

Uit angst dat ik zou worden betrapt, zag ik nergens een plek om mij van het jongensslipje te ontdoen. Na de Dierenselaan over en weer te hebben gelopen, begon het al aardig te schemeren. Bij het passeren van de kerkelijke tuinmuur, achter de beste frietkot van Den Haag, zwiepte ik mijn strontslipje over de muur. Niet wetend wat mijn jongensslipje nadien op deze heilige grond mogelijk te weeg heeft gebracht.

Tuurlijk, deze vieze streek moest eens worden opgebiecht. Veel geestelijken gingen mij daarin voor.

1115

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Loading Facebook Comments ...
|
dis©laimer - Site by - Dutch Design Office