Kroondomein.com

Mijn onbedoelde wave

onbedoelde wave

Mijn interesse in voetbal is geen logisch gevolg van mijn eigen voetbalervaringen. Druppelsgewijs groeide mijn interesse, door de belangstelling van mijn vriendenclub. In AZ wel te verstaan. Met een onbezet kaartje van een abonnementhouder, kwam ik nog wel eens de Alkmaarder Hout binnen, om met 8.389 voetbalsupporters een partijtje te zien voetballen. Leuk sfeertje en altijd even gemoedelijk. Voor mij meer kijken dan begrijpen, lol maken en een prettig biertje drinken achteraf.

Een paar dingen moest ik daarbij wel onderscheiden. Tenminste, als ik voor- en na de wedstrijd ook met het voetbalpraatje enigszins wilde meedoen. Iets van tactiek en spelinzicht begrijpen, moest zich daarbij zeker nog verder ontwikkelen. Ik moest wel effe gauw de gezichten van AZ-spelers onthouden, natuurlijk met de daarbij behorende namen. Voer voor gevorderden kwam dan wel vanzelf, zodat ik mij ook ooit op het gladde ijs van Co’tje adviseur zou kunnen begeven. Voor Co altijd makkelijk, om er nòg een bij te hebben, die heel tactisch het elftal weet op te stellen. Hierin heb ik trouwens nog een hele weg te gaan, want mijn kennis van voetbalzaken staat echt nog in de kindervoetbalschoenen. Hoewel er progressie is.

Lang hoef ik namelijk niet terug te gaan, voor het moment dat ik, royaal na mijn vrienden, opvloog bij een treffer. Daarbij wekte ik steeds de indruk een wave te hebben ingezet. Mijn reactie, van het juichende soort, ligt nu nog maar fractioneel achter die van mijn voetbalbroeders. Toch had ik kennelijk voldoende basiskennis opgedaan, om mee te mogen naar Duitsland, waar Alemannia Aachen in Köln AZ effe moest uitschakelen. Of dan maar een week later in onze eigenste Alkmaarder Hout. Mooi niet, zo goed ook ik met onvoldoende voetbalkennis niet werd uitgeschakeld. Want, ook ik zat in de volgende ronde. Nu tegen het Spaanse Villareaal. Zoals het een goed voetbalsupporter betaamd, ik toen nog met een geleende AZ muts op, hadden we onze tweedaagse in Köln de dolste pret gehad, waarbij ‘s-lands eer, van tweeeneenhalve meter braadworst, ook niet aan ons ploegie voorbij was gegaan. Spanje werd, voor- en na de wedstrijd lol voor gevorderden, wat zich voornamelijk in Barcelona afspeelde.

Die lolligheid begon, weliswaar onbedoeld, al eigenlijk een kwartier nadat wij ons op Schiphol lieten afzetten. Net voordat Els haar rijdende Samsonite op de bagageband wilde zetten, werd ze gestoord door de opmerking, dat zij wel een heel klein koffertje had, om samen met Etienne te delen. Schot voor open doel leek het voor Els, om komisch en een beetje katterig te responderen, dat zij als ervaren reiziger wel wist wat zij op zo’n minivakantie mee moest nemen. In haar verbale uithaal ging ze met een hand langs de rits van haar mobiele bagageruimte. Alsof hier stroom op was gezet, trok zij pijlsnel haar hand terug en stotterde met een verbleekt gezicht, dat zij verdomme de verkeerde Samsonite stond te koesteren. Etienne doorzag direct de situatie, trok de foute koffer bij de band weg en keek listverzinnend om zich heen. De werkelijke eigenaars van deze kleine koffer op wielen waren weliswaar met onze taxibus meegereden, maar waren voor drie dagen Parijs, op een heel andere plek bij Schiphol uitgestapt. De verkeerde Samsonite moest, viel te vrezen, al elders een vliegtuig in zijn getransporteerd. Alsof Etienne op zijn mobiele telefoon de toets “volgend spelletjesniveau” had ingedrukt, kwamen de Parijsgangers, als in een spannend computerspelletje, in de openbare gangen nog één keer langs. Virtueel tikten de punten door, op het moment dat Etienne op hen afstormde en als den donder van koffer ruilde. De Parijsgangers verbouwereerd achter latend. Game over!

Schiphol liet ons meer hindernissen nemen. Want, waren wij bijna geruisloos achter de Douane geraakt, stond een tweede controlepost ons nog te wachten. Opnieuw werden wij door het douanapoortje gedirigeerd, waarbij fatale eigendommen de scanner doormoesten. Onze passage ging met een hels kabaal gepaard. Eerst was het Etienne, ja hij weer, die bijna erotisch door een type nichtelijke lulhannes werd gefouilleerd. Vanaf mijn positie kon ik net niet zien, of die douanenicht zijn verkennende hand achter de losgemaakte riem, verder ging dan strikt noodzakelijk was. Ook ik kreeg van hem een beurt.

Toen mijn reactie heterologischer was dan hem lief was, vroeg hij toestemming om dan nog maar even in mijn portemonnee te mogen snuffelen. De manier waarop hij mijn beurs op ongewone kijkhoogte inkeek, deed mij vermoeden dat hij zijn reukorgaan er mee wilde plezieren, omdat mijn centenbak kort daarvoor nog in mijn kontzak was genesteld. Links van mij liet Frank zich inmiddels ook giechelend fouilleren. Bij hem waren het de metalen gedeelten in zijn bergschoenen, die hem er toe verplichtte kousenvoeten de douanepoort te passeren, om aan het einde van de bagagescan zijn schoenen weer toe te eigenen. Frankie begreep niets van die lopende band en zag met zijn gevoel voor techniek dit transportmiddel aan voor een heuse wasstraat. Zijn schoenen eenmaal terug van de lopende band, bekeek hij ze kritisch en met een afwerend gebaar duwde hij de douanebeambte zijn schoenen in handen en sprak verontwaardigd: “Die zijn echt niet schoon” De lol voor gevorderden had zich al ingezet, voor wij het land hadden verlaten.

De eerste dag in het zonovergoten Barcelona, was het onze grootste zorg om een veelheid aan Tapas te proeven, te nuttigen op verschillende locaties, waarbij dan ook veel aandacht aan het laven van alcoholische versnaperingen zou worden besteed. Iets wat in probleemwijken, als ik SBS mag geloven, nog al eens als vreten en zuipen wordt getypeerd. Ons eerst aangedane adres had, voor een geheel ander programma, een dankbaar item geweest. Wij lieten ons echter niet door, onuitgesproken adviezen van de Smaakpolitie, er van weerhouden om de specialiteit van het huis te bestellen. Ook al lag een kakkerlak vredig naast onze voeten dood te zijn. Onze lef tot bestellen werd mede mogelijk gemaakt door de halve liter bier, het eerste Spaanse drankje, wat wij tot ons namen. Een situatie die de Tapassist hem self goed doorzag. Een tweede glas werd ingeschonken, terwijl Els als mogelijke spelbreekster werd geëlimineerd. Haar werd de wijnfles, voor vrijelijk naschenken, volledig toevertrouwd. Het is waar, Smaakpolitietechnisch gesproken, had deze eetwinkel nog niet als afvalcontainer mogen functioneren. Maar ons oordeel was milder en onze smaakpapillen genoten des te meer. Zeker en vast was het dat de entourage van ons eet en drinkverblijf niet soberder kon worden.

Nadien zaten wij dus alleen maar in opwaartse lijn. Hoewel, met onze Bar Nico leek de kakkerlakwinkel onderdeel te zijn van een Franchiseketen. Zoals gezegd, de eerste dag was alleen maar een papillenfestijn, waarbij het bruinen van onze kokosnoot een bijkomend, terrasselijk genoegen was.

De tweede dag vulden wij in met datgene wij als excuus hadden gebruikt, om Spanje voor een langere periode aan te doen. In open bus verkleumden wij door cultureel Barcelona. Daar waar wij uitstapten genoten wij van de beschutte zonwarmte. Dat doet de interesse naar Gaudi, waar Barcelona een belangrijk deel van de culturele historie aan ophangt, ontluiken. “Ja hoor, pracht park en ’t is wat, heeft ie hier gewoond?” “Leip joh al die rondingen, kleuren en mozaïk in zijn werk… Inderdaad, heel apart.” Zijn Sagrada Familia heeft natuurlijk ook wel wat. Al is het alleen maar de tweestrijd die het bij jezelf oproept. “Is het nou een kerk in aanbouw, of een kerk die ze aan het afbreken zijn?!” Uit de stilliggende activiteiten valt niets waar te nemen. De omstaand grote hijskranen onthullen ook niets en zes Euro verder het bouwwerk of bouwval binnen, was de macht aan stalen steigers ook niet de bekende vingerwijzing.

Zover mogelijk van de toeristische rondgang ligt Gaudi in zijn eigen tombe dood te zijn. Morsdood, overreden door een tram. Natuurlijk hebben veel dingen in Barcelona indruk op ons gemaakt. Niet op de laatste plaats het stadion van FC Barcelona, waar Johan Cruyff op veel te jonge leeftijd naar was overgelopen. “Oi, alsof de Arena hem uit Spaanse handen had kunnen houden?!” Had toch naar AZ gekomen Johan, want wij hebben in 1573 de Spanjaarden al eerder verslagen. Omdat toen de Victorie in Alkmaar begon, hadden wij er recht op, om in Spanje daar anno 2005 symbolisch een daad te stellen. Nou dat deden we dan ook. In het walhalla van de Spaanse voetbal, gesitueerd in de megastore van FC Barcelona, verruilden wij twee Barca-petjes voor twee AZ-petjes. Na ze te hebben gefotografeerd, hebben wij onze eigen AZ-petjes weer teruggekocht. “AZ is oké olé, olé, ole!.”

Aan de vooravond van onze afreis naar Villareaal, was het een must om het gerecommandeerde visrestaurant aan de haven aan te doen. Hoewel Frank zich hier door een, ook al niet ontwikkelde visgenietgèn, duidelijk heeft moeten opofferen. Het Spaanse ijs tijdens het terug flaneren, maakte bij hem, kinderhandtechnisch gesproken, weer veel goed. Als dat al niet zo was, deed Signores Nico ook zijn duit in het zakje. De eerder gememoreerde Nico was een Pakistani, die recht tegenover ons hotel uitbater was van een wel héél erg bruine kroeg. Nico’s gastvrijheid ten spijt, is hij ook het potentieel voor een overval van dat etterig, zuigende mannetje van de SBS-smaakpolitie. Toch valt er ook heel wat in verdedigende zin over Bar Nico te zeggen. Nico doet namelijk niets om het groezelige binnen zijn horecaonderneming te verhullen. Hij hecht er nu eenmaal meer waarde aan om met vriendenkring, aan de hoek van de bar, een dominospelletje te spelen. Als er al iets mis is met zijn horecaexploitatie, maakt hij dit royaal goed met zijn vorige eeuw bevroren consumptieprijzen en zijn royale hand van schenken van onze slaapmuts. Want Hindoestaanse Nico wist ons elke avond, tegen slechts een kleine vergoeding, in een roes te brengen, waardoor het alleen maar schone hotel een paar sterretjes werd opgewaardeerd. Die sterren werden door ons als het ware bij elkaar gezopen.

Donderdags waren wij al vroeg op weg naar Castellon, een plaatsje zo’n 5 treinminuten van Villareaal. Hier kwamen we in een wonderbaarlijk mooi hotel met vijfsterren terecht, waar de rest van de City verder weinig aan toe wist te voegen. Tuurlijk, wel een terrasje met een aangenaam drankje drinken en verrassende Tapas met zwarte rijst. Tijdig genoeg treinden we ons vijf minuten verder, waar wij door een volkswijk wandelden naar een prachtig stadion. Op het grote plein voor het stadion, konden wij plaats nemen op een speciaal aangelegd terras, goed voor een honderdtal genietende AZters.

Tegen dorpstarieven konden wij ons hier, zelfs met Amstel Bier, heerlijk laven. In afwachting van de wedstrijd. Geen ijdele gedachte overvalt mij, zodat ik het wedstrijdverslag van de sportjournalistiek ongeschonden laat. Wat een spanning, wat een wedstrijd, wat een sensatie, wat een 2-1! Vijf treinminuten terug naar Castellan en dan, in die verlaten gemeente vijfenveertig minuten door de stad zwalken, om ons nog eens te kunnen laven en de overwinning effe door te vieren. AZ is oké olé, olé! Uiteindelijk zijn wij beloond met een genoeglijke tent, met weer de meest geweldige Tapas. Spanje, wat ben je geweldig! Natuurlijk was ons vriendenkluppie, behoudens Etienne die kennelijk aan de andere kant van de wereld geld moest verdienen en Wim als joker had ingezet, ook bij de return in De Alkmaarse Hout aanwezig.

Opnieuw was het spanning, sensatie, bij een absolute wereldwedstrijd. Ons laven in het supportershome kende geen grenzen. Dan nu naar Portugal? Nee, dat nou weer niet. Dat is toch echt voor ver gevorderden. Met mijn opgedane kennis en ervaring moet ik het voorlopig doen,
tot zondag 8 mei. Dan sta ik met mijn neven deskundig te genieten van de wedstrijd
FC Den Haag – AZ.

onbedoelde wave0505

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Loading Facebook Comments ...
|
dis©laimer - Site by - Dutch Design Office