Kroondomein.com

Appie wordt nooit een kijkcijferkanon

appie

Het is toch om gallisch van te worden, zoals er in de zomermaanden eindeloos programma’s worden herhaald. Ver voordat de langste dag in zicht is, geven de omroepen er al de brui aan. Maar liefst tot september menen zij geen nieuwe programma’s meer uit te hoeven zenden. Jawel, zo’n drie maanden dus. Niet dat hun kijkcijferkanonnen maar negen maanden per jaar worden betaald… Welnee, ze vangen zelfs vele malen het modale jaarsalaris. Het wordt tijd dat het overbetaalde tv-volk eens naar normale maatstaven wordt betaald en dat zij na 3 weken vakantie weer normaal op de buis verschijnen.

Niet dat ik iets tegen herhalingen heb overigens. Sterker nog, ik bepleit een repeatzender als geen ander. Weer eens lekker terug kijken naar Ha die Massa, Zo Is Het Toevallig Ook Nog Eens Een Keer en vele uren Koot & Bie-plezier. Er zijn in de loop van een halve eeuw televisie zo ontzettend veel programma’s gemaakt, die meer dan het herhalen waard zijn. Wat is nou toch de reden dat die top-programma’s nooit meer worden herhaald? Heeft men er in Hilversum geen geld voor over, of zijn ze door de graaiende kijkcijferkanonnen kaal geplukt? Het is droevig gesteld met TévéNederland.

Ook uit Aalsmeer wordt er één grote treurnis de ether in gejaagd. RTL 4 is hard op weg naar de honderdste herhaling van verbleekte André van Duin-programma’s. Dit zomerseizoen onder de naam André van Duin op z’n best! Natuurlijk heeft onze nationale komiek ook via de commerciële zender ons menigmaal laten lachen. Alleen zijn die fragmenten inmiddels zo vaak langs geweest, dat het lachen je inmiddels is vergaan.

Kom op André, er zijn toch nog véél meer leuke fragmenten uit te zenden?! Neem ons daarvoor mee naar jouw oude theatershow Dag, dag heerlijke lach. Oké, dat is kennelijk geen programma die door RTL uitgezonden mogen worden. Ons kijkers een zorg, wij zappen wel met je mee naar de Tros of NCRV. Ach, laat eigenlijk maar, want ik vrees dat het door ’t grote geld nooit meer zover zal komen. Jammer, maar helaas. In een overmoedige bui overviel mij de gedachte, dat ik dan zelf maar zo’n oubollige sketch à la Van Duin, de Mounties of Snip & Snap uit mijn toetsenbord moest toveren.

Ongetwijfeld in Hilversum en Aalsmeer volledig onverkoopbaar, maar misschien dat een amateur toneelgezelschap hier nog dolle pret aan kan beleven. Wat mij dan weer een strelende gedachte lijkt. Natuurlijk laat ik mij dan graag door het toneelgezelschap uitnodigen, om een ouderwets gezellig toneelavondje bij te wonen.
____________________________________________________________________
Appie:

Sketch , wat in de wacht- en spreekkamer van de oogarts zich afspeelt.
Te spelen door: Appie Kruisje, een Van Duinachtig type; een frivool tiepie; een lezer; nog een patiënte; de oogarts; een wulpse oogartsassistente en een huisschilder.
_____________________________________________________________________

In een wachtkamer van de oogarts zitten een aantal patiënten minder vrolijk te wachten op hun beurt, terwijl de deur van de wachtkamer open gaat en Appie Kruisje binnen stapt. Appie verkeert in een wel heel uitbundige stemming. Logisch, dit is voor hem een héél belangrijk moment in zijn leven. Uiterst vrolijk groet Appie zijn medepatiënten, die minder enthousiast een knikje zijn richting in maken. Terwijl Appie op de bank plaats neemt, hoort hij een frivool tiepie naast hem tegen haar buurvrouw zeggen:
“Het is echt uitgelezen weer vandaag, vindt u ook niet”.

Voordat hier maar iets op kon worden gezegd, had Appie al het woord genomen:
“Mallerd we zijn toch lang nog niet uitgelezen. We beginnen pas! Vandaag gaan we lekker allemaal lezen”.
Waarbij hij het tiepie een goed bedoeld elleboogje gaf. Tiepie zat op zijn bemoeienis totaal niet te wachten, wat zij met een duidelijke mimiek liet blijken. Een boodschap die bij Appie overigens niet overkwam. Met een blij gezicht keek hij in het rond, op zoek naar een volgend prettig contact.

Niemand van aanwezigen draagt op dat moment een bril. Hoewel, één van de patiënten pakt een tijdschrift van de leestafel, haalt zijn bril uit een koker en begint aandachtig te lezen. Geamuseerd zit Appie hiernaar te kijken.
Appie: “U zit te lezen geloof ik hè?”
lezer: (geïrriteerd) “Dat klopt ja! Hoe kunt u het raden?”
Appie: “Nou, het was geen raden hoor. ‘K weet dat als iemand op zijn fiets stapt, dat hij dan gaat fietsen. Dus is het logisch, dat als iemand een leesbril opzet, dat hij dan gaat lezen”.
Met een blik vol onbegrip kijkt de lezer Appie aan. Waarna er een wachtkamerstilte volgt. Appie zit peinzend voor zich uit te staren en begint eerst ingetogen en maar dan steeds uitbundiger te lachen, en zegt:
“U kunt natuurlijk wel met uw leesbril op niet lezen. “Gewoon maar wat kijken zonder dat u leest.”
Lezer: “nou en, wat is daar zo grappig aan?”
Appie: “Als je op een fiets stapt moet je wel fietsen, anders dònder je om. Met je leesbril op hoef je mooi niet te lezen, want je gaat toch niet om.”

Opnieuw valt er een stilte, terwijl Appie nog na zit te gniffelen. Duidelijk verheugt hij zich op de dingen die komen gaan. Met meer dan normale belangstelling staart Appie de lezer nog eens aan.
Hij vraagt: “U kunt zeker wel goed lezen met die bril op?”
lezer: “Uitstekend hoor”.
Appie: “En zonder bril niet?”
lezer: “Geen letter”
Appie: “Tjonge, tjonge. Nou ga ik gelukkig ook een leesbril halen, net als mijn ome Jacob.
Lezer (sarcastisch): “Zo, zo, die ome Jacob toch.”

Appie was duidelijk blij met de aandacht voor zijn verhaal.
Appie: “Jaaaa, oom Jacob leest wat af tegenwoordig. Hij  is gek van lezen. In zijn auto heeft hij zelfs de hoedenplank vervangen door een leesplank.”
Waarna Appie schouderschuddend om z’n eigen grap lacht.
“Ja, mijn oom heeft veel plezier van zijn leesbrilletje. Net als van zijn gehoorapparaatje trouwens. Maar ja, dat hoordertje moést hij wel hebben, met al die buitenlanders in zijn hotel. M’n oom heeft namelijk een heel buitenlands hotel, begrijpt u wel?”

Lezer (toch wel nieuwsgierig naar dit niet echt logische verhaal): “Verstond uw oom die buitenlanders dan niet?”
Appie: “Geen woord”.
Lezer: “Maar fluisteren die buitenlanders dan zo?”
Appie: “Welnee man, ze spreken gewoon erg buitenlands. Bij mijn oom komen Engelsen die staan reusachtig Engels te praten. Daar verstaat Ome Jacob geen snars van. Ja, nu natuurlijk wel met dat gehoorapparaatje”.

De lezer haalt niet begrijpend zijn schouders op en gaat verder met lezen, tot hij bij de oogarts wordt binnengeroepen. Uiteindelijk is ook Appie aan de beurt. In de spreekkamer treft hij de oogarts aan, met een bloedmooie assistente die uiterst sexy is gekleed. En een schilder die bezig is de spreekkamer van een nieuw verfje te voorzien. Onverstoord klaart de man zijn klus.

Dokter: “Wat mankeert er aan Meneer Kruisje?”, terwijl de arts de ziekenfondspapieren van Appie doorkijkt.
Appie: “Dokter, ik kan niet lezen”.
Dokter: “Dan zullen we uw ogen even testen. Misschien heeft u wel een leesbril nodig.”
Appie:: “Dat hoop ik wel dokter”.
Dokter: “Nou ja zeg, waarom hoopt u dat? Zo’n pretje is dat toch ook weer niet?”
Appie: “Nou dokter, voor mijn verjaardag kreeg ik al een brillenkoker. Nou wil ik er natuurlijk ook een brilletje in”.
Dokter (min of meer mompelend.): “Een brillenkoker. Wie geeft nou een brillenkoker zonder bril?”
Appie: “Ja dokter. Dat begrijp ik ook niet. Misschien dachten ze wel dat ik ook een bril zou krijgen”

De dokter reageert verder niet op deze vreemde verklaring. De zuster, kort gerokt dus, bukt op het moment dat de dokter Appie de vraag stelt: “Wanneer ging je voor het eerst slecht zien?”
Appie (kijkende naar de gebukte zuster): “Eigenlijk nu voor het eerst dokter. Ik weet gewoon niet wat ik zie”.
Dokter: “Maar krijg je daar dan geen hoofdpijn van, mijnheer Kruisje?”
Appie: “Nee hoor dokter, alleen maar een beetje de kriebels”.
Dokter: “Nou ja goed, dan moeten we daar maar eens wat aan doen.” “Vertel eens mijnheer Kruisje, welke letter staat hier?”
De dokter wijst op het overbekende leesbord een van de letters aan.
Appie: ‘k zou het niet weten dokter.
De dokter wijst nu een iets grotere letter aan en stelt de vraagt opnieuw:
“Welke letter wijs ik nu aan, mijnheer Kruisje?”
“Ach dokter, noem mij toch Appie. Iedereen noemt mij Appie. Appietjuhhhhhhhhh.”
Dokter: “Nou goed Appietje, welke letter wijs ik nu aan?”
Appie: “Ik kan er nog steeds geen chocoladeletter van maken.”
Dokter: “En deze letter Appie.”
De letter is weer een stuk groter.
Appie: “Nee dokter, ik heb echt een leesbril nodig.”
De doktersassistente bukt opnieuw om iets op te rapen. Nu echter staat zij met haar diep uitgesneden bloesje in de richting van Appie. Appie kijkt met veel enthousiasme naar haar fraaie borsten.

Dokter: “Welk cijfer zie je nu Appie?”
Appie: “Het zijn mooie rondingen dokter, voor mij is het een tien.”
Maar Appie toch. Er zit toch maar één mooie ronding in de tien?!”
Appie: “Toch zie ik duidelijk twee rondingen, dok”
Dokter: “Maar dan is het tóch een acht, Appie”
Appie: “Oké dokter een acht is toch ook al mooi?!”.
Dokter: “Nou geen onzin meer Appie. Kijk maar weer naar een letter”.
Met zijn aanwijsstok wijst de dokter , opnieuw groter, een letter aan.
Dokter: “Welke letter is dit?”
Appie: “Ik heb werkelijk geen idee dokter. Ik vind cijfers kijken eigenlijk veel leuker.”

Steeds groter worden de letters die de oogarts aanwijst. Appie weet werkelijk geen letter te noemen. De dokter raakt langzamerhand hoogst geïrriteerd. De laatste letter, een A van wel een halve meter groot, wijst de dokter aan en vraagt met overslaande stem: “Welke letter staat hier dan, mijnheer Appie?”
Appie: “Ik heb er nog steeds geen idee van, dokter”
Dokter: “Maar je ziet toch wel die letter staan?”
Appie: “Ja zeker”.
Dokter: “Nou zeg dan Aáá man!!!”
Appie: “Oh dokter, ik wist niet dat u voor een bril, in mijn keel moet kijken”.
En Appie gaat demonstratief met hoofd achterover en mond open klaar zitten voor inspectie.
Dokter (kwaad): “Iéts moet je toch kunnen lezen, mijnheer Kruisje”.
Hij pakt woedend de kwast uit de hand van de verbouwereerde schilder en schrijft levensgroot een X op de muur.
Dokter: “Nou…., wat staat hier dan????”
Appie: “Ja, da’s niet zo moeilijk dokter, daar staat Kruisje.”
Dokter: “Natuurlijk niet man, daar staat een Ixsss!”

Appie: “Kom nou dokter, ik, zal toch wel mijn eigen naam herkennen. Daar staat gewoon Kruisje.”
Dokter: “Welnee Appie, je kan toch zeker wel lezen; je bent toch op school geweest?!”
Appie (nu ook aangebrand): “Nee nou zal die effe lekker wezen. “Natuurlijk niet dokter. Ik kán helemaal niet lezen. Daarom kom ik bij u een leesbril halen. En schiet alsjeblieft een beetje op, want voor zes uur moet ik ook nog een schrijfmachine kopen. Want vanavond wil ik persé kunnen lezen én kunnen schrijven.”

0803

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Loading Facebook Comments ...
|
dis©laimer - Site by - Dutch Design Office