Kroondomein.com

Als de dop is gedraaid, heeft Kees alsnog betaald

Sliivovica

Gedurende mijn militaire diensttijd, Den Bosch lichting 67-3, kreeg mijn verloofde plannen om te willen trouwen. Zelfs mét mij, waardoor er een nieuwe verplichting op mijn schouders rustte. Mijn ‘JA’ hield in, dat ik mij daarop financieel moest voorbereiden. Inmiddels had ik het wel voor elkaar, het laatste jaar van mijn dienstplicht in Den Haag uit te mogen dienen. Ik kon naar een bijbaantje uitkijken.

Wat ik eigenlijk helemaal niet wilde, gebeurde toch: de Nederlanden van 1845 wisten mij in te lijven tot verzekeringsagent. Voor in de avonduren kreeg ik heel wat adressen van stelletjes die in ondertrouw waren gegaan. Of ik daar maar even de nodige verzekeringen wilde afsluiten. Leuk bedacht, maar die stelletjes zaten niet op mij te wachten. Mijn collega verzekeringsagent, meestal van bruidjes kant, was mij op alle fronten voor. Er moest een list worden verzonnen.

Binnen ons gezin kwamen er erg veel amateur wielrenners over de vloer, die af en toe met een stoer verhaal aankwamen, hoe zij in de course gigantisch op hun bek waren gegaan. Door 1845, de latere Nationale Nederlanden, had ik geleerd om te denken in het verzekeren van ongelukken, waardoor ik mij afvroeg “stel je nou eens voor dat zo’n wielerongeluk de rest van je leven zal beïnvloeden.” Kortom, in samenwerking met de verzekeraars kwam hier een WielrennersOngevallenVerzekering uit voort. Reden om op de Haagse Nieuwe Uitleg, bij de Koninklijke Nederlandse Wieler Unie, een offerte neer te leggen, zodat de wielrenners met een KNWU-Licentie collectief konden worden verzekerd. De trouwplannen van mijn verloofde leken hierdoor wel heel dichtbij te komen.

Edoch, de KNWU liet langer op zich wachten, dan aanvankelijk was afgesproken. Er moest onraad worden geroken. Na zoveel jaren ben ik kwijt aan wie die belangrijke verzekeringspost werd gegund. Niet aan mij dus, waardoor ik een andere weg richting huwelijk moest inslaan. Doordat mijn familie, sowieso in de Haagse, wielersport was ingevoerd zocht ik nu mijn kansen via de wielerverenigingen. Allereerst bij RRC Sparta, waar ik tijdens een ledenvergadering het principe van de Wielrenners Ongevallen Verzekering mocht komen uitleggen. Afgezien van een paar kritisch noten, werd mijn idee met enthousiasme ontvangen. Ik kon zelfs al één verzekering sluiten.

Dit inschrijfformulier kreeg ik echter van 1845 terug, met de vermelding dat inwoners van de Poeldijksestraat, een Haags hoerenstraat, bij 1845 niet verzekerd konden worden. Ik had nóg een ijzer in het vuur, nu vanuit het Kaapseplein, een iets betere buurt. Met dit score kan ik met enige trots zeggen, dat ik de eerste was die een wielrenner tegen ongevallen had verzekerd. Maar ja, dan moet er wel eerst zijn betaald.

Verzekerde Kees T. gunde mij niet alleen die speciale wielerverzekering, maar liet ook gelijk zijn auto, inboedel en Wettelijke Aansprakelijkheid (het Wappertje) door mij verzekeren. Die aantrekkelijke levensverzekering hield hij nog even in beraad. “Eerst nog wat centjes verdienen, Kroontje.”

Kennelijk werden die, door deze Haagse marktkoopman, nooit verdiend. Een aantal keren offerde ik mijn avond op om bij hem het geld te komen innen. Een paar keer liet ik mij hiervoor in het ootje nemen. “Echt Kroontje, de volgende week betaal ik alles in één keer.” De daarop volgende keer kwam er een pittige fles zlibodovich op tafel. “Kom op, laten we die lekker pikaan maken,” een signaal waarop zijn vrouw gezellig aanschoof. We hebben wat afgeluld, elkaar op de schouders geslagen, maar vooral gelachen en gezopen. Bij mijn vertrek kreeg ik nu de belofte dat het geld zou worden overgemaakt. “Hier pak aan, van een klant kreeg ik twee flessen van die originele pruimenjenever.”

Méér dan die fles werd er niet betaald. Daardoor was ik niet meer de eerste, die voor 1845 een WielrennersOngevallenVerzekering had afgesloten. Als ik daar al een kater van over zou hebben gehouden, had ik die al ‘The Day After,’ na mijn poging tot innen van de premie. Die tweede fles heb ik toen heel ver weggestopt.

Evenals voorgaande jaren, stond ik anno 2018 regelmatig in de verleiding om die heel oude fles zlibodovich door de gootsteen weg te spoelen. Totdat aan de club zlibodovich als drank ter sprake kwam. “Weggooien?, man een vijftig jaar oude fles pure pruimenjenever kan er alleen maar lekkerder op zijn geworden. Denk eens aan, wat een fles cognac uit 1968 nú al zou moeten kosten?!”

Ik nam die opmerking serieus, dacht zelfs: “zou Keesje mij hiermee na vijftig jaar alsnog betalen?!” De ongeopende fles bekeek ik nu heel kritisch: “Sliivovica Old Prum Brandy (toen al: OUD) van Maraska, met in de fles gestanst: “Federal Law Forbids Sale or Reuse of This Bottle, Liqueor Bottle Maraska Zadar Yugoslavia.” Sowieso heeft mijn fles dát land Joegoslavië ruimschoots overleefd.

En ja, als ik nu de dop los zou draaien, zou Kees alsnog hebben betaald. Of, zal ik deze unieke fles, met vijftig jaar oude zlibodovich, via internet gaan verpatsen?! Hoe dan ook, proost Kees!, op jouw gezondheid.

zlibodovich

Click op de fles

0518

2 gedachten over “Als de dop is gedraaid, heeft Kees alsnog betaald

  1. Henk

    Wacht nog even, eind augustus zijn we weer in het land. Toen we net of die 5 jaar al voorbij zijn. Waar? Geen punt AM mag in ieder geval terugrijden,( Moet ze altijd al.)
    Als tegenprestatie neem ik een eigengemaakte Notenwijn mee.

    Reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Loading Facebook Comments ...
|
dis©laimer - Site by - Dutch Design Office